Echtscheidingsvonnis

Periode 

Tot de invoering van de burgerlijke stand op het huidige Belgische grondgebied in 1796 konden huwelijken alleen in de kerk worden gesloten. De rooms-katholieke kerk beschouwt het huwelijk als een van de sacramenten, wat maakt dat de echt niet kan worden verbroken, een echtscheiding is dus niet mogelijk. Wel biedt het canonieke recht enkele mogelijkheden om een kerkelijk gesloten huwelijk nietig te laten verklaren, dus te laten verklaren dat het nooit heeft bestaan. 

Nadat de Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik op 1 oktober 1795 onderdeel werden van de Eerste Franse Republiek, werd bij besluit van 17 juni 1796 de reeds eerder in de Eerste Franse Republiek ingevoerde Echtscheidingswet van 20 september 1792 ook in deze nieuwe gebieden van toepassing verklaard. Dit maakte het voor het eerst mogelijk dat mensen op het huidige Belgische grondgebied van elkaar konden scheiden. Deze wet kende drie echtscheidingsgronden: onderlinge toestemming, onverenigbaarheid van humeur en karakter, of bepaalde motieven. 

In 1804 werd deze Echtscheidingswet vervangen door het Burgerlijk Wetboek (ook wel Code Napoléon en Code Civil genoemd). Het Burgerlijk Wetboek van 1804 is tot op heden, zij het in gewijzigde vorm, nog altijd in België van kracht en kende tot 27 april 2007 twee categorieën echtscheidingsgronden: 

Schuldbepaalde echtscheidingsgronden: 

  • Overspel (artt. 229 en 230 BW) 
  • Buitensporigheden, ook gewelddaden genoemd (art. 231 BW) 
  • Mishandelingen (art. 231 BW) 
  • Grove beledigingen (art. 231 BW) 

Schuldloze echtscheidingsgronden: 

  • Onderlinge toestemming (art. 233 BW) 

Met de Wet van 27 april 2007 werd het aantal echtscheidingsgronden teruggebracht tot twee, namelijk onherstelbare ontwrichting en onderlinge toestemming. 

Om vanaf 1804 een echtscheidingszaak aanhangig te maken, moest een van de echtelieden of moesten beide echtelieden (gezamenlijk) een verzoekschrift tot echtscheiding bij de rechtbank van eerste aanleg indienen. Vervolgens beoordeelde de rechtbank van eerste aanleg, meer precies de burgerlijke rechtbank, het verzoekschrift en sprak zij al dan niet in haar vonnis de echtscheiding uit.  

 

Bewaarplaats 

De echtscheidingsvonnissen van de burgerlijke rechtbanken kunnen worden teruggevonden in de betreffende inventarissen van de burgerlijke rechtbanken (soms louter met rechtbank van eerste aanleg aangeduid) bij de verschillende Rijksarchieven. 

Meestal vind je de echtscheidingsvonnissen in de inventarissen van de burgerlijke rechtbanken onder de rubriek ‘Bescheiden met betrekking tot de rechtspleging’. Let er daarbij op dat echtscheidingsvonnissen soms in een aparte subrubriek zijn ondergebracht en in andere gevallen gewoon te vinden zijn onder een subrubriek als ‘Vonnissen’, ‘Minuten van vonnissen’ of ‘Vonnisboeken’. 

 

Raadplegen 

Vonnissen ouder dan 100 jaar zijn vrij raadpleegbaar. 

 

Gegevens 

Afhankelijk van tijd en gerecht kunnen de echtscheidingsvonnissen een ander uiterlijk of andere opmaak hebben. Wel is het zo dat echtscheidingsvonnissen een gestructureerde opmaak kennen. Bovenaan het vonnis staan meer algemene gegevens zoals de naam van het gerecht en de datum en locatie van de zitting.  

Verder bevat een echtscheidingsvonnis doorgaans een opgave van de naam of namen van wie het verzoekschrift tot echtscheiding bij de burgerlijke rechtbank heeft of hebben ingediend, de datum van dit verzoekschrift en of beide echtelieden of alleen de indiener van het verzoekschrift bij de zitting aanwezig zijn. 

Daarnaast wordt in het vonnis ook genoemd op welke grond de echtscheiding wordt verzocht, soms vergezeld van een motivatie daarvan, en hetgeen zich verder ter zitting heeft afgespeeld, bijvoorbeeld als een van de echtelieden of hun advocaten het woord heeft genomen of als de rechter vragen heeft gesteld en natuurlijk ook of het verzoek tot echtscheiding wordt toegewezen. 

 

Let op 

  • Niet alle gerechtelijke archieven hebben de tand des tijds doorstaan. In Vlaanderen zijn heel wat gerechtsgebouwen getroffen door brand of bombardementen: Dendermonde (1914), Ieper (1914), Leuven (1914), Hasselt (1918), Oudenaarde (1918), Gent (1926) en Kortrijk (1938 en 1944). Daarnaast vertonen veel gerechtelijke archieven hiaten door wanbeheer en onoordeelkundige vernietigingen. 
  • Indien je een echtscheidingsvonnis wil opzoeken, zijn de gegevens die je bij de huwelijksakte vindt, jouw leidraad. Bij de huwelijksakte zijn de datum van het vonnis en de instantie die het vonnis uitsprak aangetekend. Aan de hand van deze informatie kan je op zoek naar de juiste inventaris en het juiste inventarisnummer.  
  • Belangrijk om te onthouden, is dat de datum van de echtscheiding (die je bijvoorbeeld in je computerprogramma invoert) de datum is waarop deze in de registers van de burgerlijke stand werd ingeschreven (bij de huwelijksakte) en dus niet de datum waarop het echtscheidingsvonnis werd uitgesproken. 
  • Pas bij de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd het gebruik van het Nederlands in de gerechten in de Nederlandstalige provincies en arrondissementen verplicht gesteld voor burgerlijke rechtszaken, inclusief echtscheidingszaken. Tot 1935 genoten de procesdeelnemers (rechters, advocaten, deurwaarders, etc.) de vrijheid om de taal van hun keuze te hanteren, waardoor veel burgerlijke rechtszaken (grotendeels) in het Frans werden gevoerd. 

 

Tips 

  • Buiten het echtscheidingsvonnis bestaat natuurlijk ook nog het verzoekschrift waarmee de echtscheidingszaak aanhangig is gemaakt, deze geven soms een interessant inkijkje in wat er ten grondslag ligt aan een (verzoek tot) echtscheiding. Soms zijn deze nog bewaard gebleven, dan vind je ze in dezelfde inventarissen als waarin je de echtscheidingsvonnissen kan vinden. 
  • Verder zijn er soms nog rechtsplegingsdossiers van echtscheidingszaken bewaard gebleven, die verschillende stukken uit deze echtscheidingszaken bevatten, waaronder het vonnis en het verzoekschrift. Ook deze vind je in de inventarissen waarin je de echtscheidingsvonnissen kan vinden. 
  • Naast de echtscheiding bestaat nog de scheiding van tafel en bed, ook wel ‘scheiding bij lijve’ genoemd (artt. 306-311 BW). Hierbij blijft het huwelijk wél in stand, maar worden de wederzijdse rechten en plichten tot een minimum beperkt en wordt de gemeenschap van goederen gescheiden. 
  • Meer weten?

    • Alofs, E. en M. Klein, De gronden en procedure tot echtscheiding in België en Nederland, in: K. Boele-Woelki en F. Swennen (red.), Vergelijkenderwijs. Actuele ontwikkelingen in het Belgische en Nederlandse familierecht (Den Haag 2012) 53-77. Deze uitgave kan je hier raadplegen. 
    • Artois, Johan, ‘De Nederlandse taal in de rechtspleging’, Jura Falconis 8:1 (1971) 47-62. Dit artikel kan je hier raadplegen. 
    • Velle, Karel en Paul Drossens, De rechterlijke macht, in: P. Van Den Eeckhout en G. Vanthemsche (red.), Bronnen voor de studie van het hedendaagse België, 19e-21e eeuw (Brussel 2017) 697-728. (Een oudere uitgave uit 2009 kan je hierraadplegen.) 

Auteur: Indie van Lieshout

Welk verhaal heeft jouw familie te vertellen?

Ga op zoek naar jouw familiegeschiedenis aan de hand van ons stappenplan
en ontdek de spannende verhalen van jouw voorouders.

Download hier onze toolkit!