Parochieregisters

Parochieregisters
Scan uit het Register van dopen van 1708-1765, provincie Vlaams-Brabant, Oud-Heverlee, parochie Sint-Anna. Brussel: Algemeen Rijksarchief. © AGR-ARA

Periode

Meestal vanaf begin 17de eeuw. In uitzonderlijke gevallen zijn ook oudere registers bewaard.

Bewaarplaats

Stads- of gemeentearchief en Rijksarchief (microfiche).

Raadplegen

Vrij raadpleegbaar via alfabetische tafels (klappers) die vanaf 1875 werden opgemaakt (meestal op microfiche). Via de gegevens uit de klappers kan je je voorouders terugvinden in de originele parochieregisters. Deze registers zijn eveneens op microfiche te raadplegen.

Gegevens

Samen met de burgerlijke stand vormen de parochieregisters de basisbron voor genealogisch onderzoek in Vlaanderen.

Vanaf het Concilie van Trente (1545-1563) had de parochiepriester de plicht een doopregister bij te houden. In de praktijk gebeurde de registratie van een doopsel, een huwelijk en een overlijden (of een begrafenis) vooral vanaf het begin van de 17de eeuw. Met de invoering van de burgerlijke stand werden de parochieregisters door de gemeentelijke overheid opgeëist en verhuisden ze meestal naar het gemeentehuis.

Je kan de parochieregisters raadplegen in de rijksarchieven of in de stads- en gemeentearchieven. Je consulteert ze het best via de alfabetische klappers (of tafels) die vanaf 1875 door gemeenteambtenaren werden opgesteld. Deze klappers (kopie of microfiches) zijn raadpleegbaar in het Rijksarchief of in lokale of provinciale documentatiecentra. Vaak kan je ze tegen een kleine vergoeding ook aanschaffen bij de plaatselijke afdeling van Familiekunde Vlaanderen.

Zie de aparte bronomschrijvingen voor een gedetailleerde omschrijving van:

Let op

  • De tafels bevatten vaak fouten.
  • Heel wat namen werden aangeduid als onleesbaar (illisible), onbekend of met een x.
  • De schrijfwijze van namen kan sterk verschillen. Pastoors van buiten de parochie waren niet vertrouwd met de namen uit het dorp en schreven soms heel verschillende versies van één familienaam neer. Bovendien noteerde men namen meestal in de Latijnse vorm én in een bepaalde naamval. Cornelio is bijvoorbeeld geen voornaam, maar een datief of ablatief van Cornelius.
  • De volledigheid en betrouwbaarheid van de registers was sterk afhankelijk van de persoon van de pastoor. Wees dus steeds kritisch.
  • Via de gegevens uit de klappers kan je je voorouders terugvinden in de originele parochieregisters. Deze registers zijn eveneens op microfiche te raadplegen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog gingen de originele registers van bepaalde gemeenten (bijv. in de Westhoek) in de vlammen op. Na 1754 werd de verordening om kopieën te maken beter opgevolgd. Deze dubbels bevinden zich in het Algemeen Rijksarchief.

Tips

  • Probeer steeds het volledige gezin te reconstrueren en noteer dus ook de namen van vroeg gestorven kinderen. Let wel: begraafakten van kinderen ontbreken soms.
  • Houd peters, meters en huwelijksgetuigen bij. Zij vertellen vaak iets over de sociale kring waarin je voorouders zich bewogen en maken identificatie bovendien een stuk eenvoudiger.
  • Meer weten?

    • Lambrecht, Thijs. “Geboorte, huwelijk en dood: Parochieregisters als bron voor je historisch artikel.” Bladwijzer 12 (2014): 15-26. (Klik hier voor de pdf.)

Welk verhaal heeft jouw familie te vertellen?

Ga op zoek naar jouw familiegeschiedenis aan de hand van ons stappenplan
en ontdek de spannende verhalen van jouw voorouders.

Download hier onze toolkit!