Bronnen
Persoonlijk militair dossier (Duitsland)
De personeelskaart van de Kriegsmarine van de uit Nederland afkomstige Andreas Johannes van Lieshout, die op 3 oktober 1943 in Duitse dienst trad en op 1 juni 1944 bij de Kriegsmarine werd ingedeeld. Bron: Bundesarchiv, PERS 17/SPA-L/314 Teil 2 van Lieshout, Andreas-Johannes [14.11.1925].
Periode
Net als de eenwording van de natiestaat Duitsland, heeft ook het Duitse leger een lange eenwordingsgeschiedenis. Tot 1815 waren de vele vorstendommen op het huidige Duitse grondgebied meestal zelf verantwoordelijk voor hun landsverdediging en leger. Dat veranderde enigszins, toen in 1815 uit de Rheinbund de Deutsche Bund ontstond. Binnen die statenbond trok een aantal vorstendommen, zoals het Koninkrijk Pruisen, Keizerrijk Oostenrijk en Groothertogdom Baden, gezamenlijk op om hun veiligheid te waarborgen. In militaire hoedanigheid gebeurde dit binnen de Bundesheer, waarbij in principe de verschillende vorstendommen grotendeels zelf verantwoordelijk bleven voor hun legers.
De noordelijke vorstendommen die zich in 1815 reeds bij de Deutsche Bund hadden aangesloten, verenigden zich in 1866 in de Norddeutsche Bund, waarin het Koninkrijk Pruisen een leidende positie innam. Deze samensmelting geschiedde niet zonder slag of stoot en leidde tot het verlies van het Keizerrijk Oostenrijk als een van de lidstaten. Aan de Bundesheer veranderde in principe niet zo veel, totdat de Norddeutsche Bund, samen met de koninkrijken Beieren en Württemberg en het Groothertogdom Baden, de aanval op Frankrijk opende tijdens de Frans-Duitse Oorlog van 1870 tot 1871. In dat laatste jaar ontstond dan ook uit de Norddeutsche Bund en deze drie vorstendommen het Duitse Keizerrijk, waarin de vorstendommen een grote mate van zelfstandigheid behielden.
In het Duitse Keizerrijk werd ook een nieuw leger opgericht, namelijk de Deutsches Heer, met een dienstplicht tussen de 17 en 42 jaar. De legers van de koninkrijken Beieren en Württemberg behielden echter hun zelfstandigheid en daarmee ook die van hun legers, met hun eigen dienstplichtleeftijden. Na het verlies van het Duitse Keizerrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, veranderde de Deutsches Heer in 1919 voor korte tijd in een zogeheten Friedensheer. Al gauw werd besloten tot de vorming van een voorlopige Reichswehr, welke het leger van de gehele Weimarrepubliek was. Deze bestond uit de Reichsheer en Reichsmarine en was op grond van het Verdrag van Versailles onderworpen aan beperkingen ten aanzien van de omvang.
Toen Adolf Hitler in 1933 aan de macht kwam, bracht dat ook voor de Reichswehr veranderingen met zich. Op 1 maart 1935 werd de Luftwaffe opgericht en op 1 juni 1935 veranderde de Reichswehr in de Wehrmacht, naast de Luftwaffe voortaande bestaande uit de Heer en Kriegsmarine. Bovendien werd op 16 maart van datzelfde jaar besloten om het leger weer enorm te laten groeien, in tegenstelling tot hetgeen in het Verdrag van Versailles was bepaald en ook een algemene dienstplicht werd weer ingevoerd. Voortaan moesten Duitse mannen in de leeftijd tussen 18 en 45 jaar een militaire dienstplicht vervullen. Gedurende de oorlogsjaren namen ook verschillende burgers uit andere landen dienst bij de Wehrmacht, waaronder ook duizenden Belgen, al zijn exact aantallen niet gekend.
Bewaarplaats
De persoonlijke militaire dossiers uit de periode van 1849 tot aan het ontstaan van de Weimarrepubliek in 1919, worden bewaard bij het Bundesarchiv.
Een uitzondering hierop zijn de persoonlijke militaire dossiers van het Koninkrijk Beieren, het Koninkrijk Saksen, het Koninkrijk Württemberg en het gedeelte van het Groothertogdom Baden in de zogeheten Preußische Armee, die bewaard worden bij respectievelijk het Bayerisches Hauptstaatsarchiv, het Hauptstaatsarchiv Dresden, het Hauptstaatsarchiv Stuttgart en het Generallandesarchiv Karlsruhe.
De persoonlijke militaire dossiers vanaf het ontstaan van de Weimarrepubliek in 1919 tot aan de val van het Deutsches Reich in 1945, worden integraal bewaard bij het Bundesarchiv.
Raadplegen
In beginsel zijn alle persoonlijke militaire dossiers tot aan het jaar 1945 raadpleegbaar.
Gegevens
Hoewel om uiteenlopende redenen, bijvoorbeeld vanwege de vele bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog, veel (delen van) persoonlijke militaire dossiers verloren zijn gegaan, valt er toch zeker een hoop interessante informatie te vinden. Naast meer algemene informatie over de datum van indiensttreding en uitdiensttreding, rangen, verplaatsingen en dergelijke die bijvoorbeeld in personeelskaarten zijn te vinden, zijn er ook diverse documenten die betrekking hebben op bijvoorbeeld krijgsgevangenschap, verblijf in het ziekenhuis en toepassing van militair strafrecht.
Over het algemeen verschilt het sterk van persoon tot persoon welke informatie de tand des tijds heeft doorstaan en wat je dus over iemand die in het Duitse leger of een van haar voorgangers dienst nam, zou kunnen achterhalen. Bovendien zijn de persoonlijke militaire dossiers niet alleen van Duitsers bijgehouden. Ook als je voorouders uit België of een ander land komen en bijvoorbeeld tijdens de Eerste of Tweede Wereldoorlog besloten zich bij het leger van het Duitse Keizerrijk of het Nazi-regime aan te sluiten, zijn er van hen persoonlijke militaire dossiers.
Let op
- Het overgrote deel van de persoonlijke militaire dossiers uit de periode 1849-1945 die de tand des tijds hebben doorstaan, wordt bewaard bij het Bundesarchiv. Een uitzondering hierop vormen echter de dossiers van de koninkrijken Beieren, Saksen en Württemberg en het gedeelte van het Groothertogdom Baden in de Preußische Armee in de periode tot aan het ontstaan van de Weimarrepubliek in 1919.
- De persoonlijke militaire dossiers zijn zeer gefragmenteerd, zowel wat betreft overlevering, als wat betreft bewaard gebleven inhoud. Het zal van persoon tot persoon verschillen welke informatie nog in een persoonlijk militair dossier te vinden is.
Tips
- Hoewel je ook zelfstandig onderzoek kan doen in het Bundesarchiv, aan de hand van het archiefsysteem ‘Invenio’, is het aan te raden om een betaald verzoek bij het Bundesarchiv in te dienen om militaire informatie te bekomen over iemand die dienst nam in het Duitse leger of een van haar voorgangers.
- Op de pagina ‘Personenbezogene Unterlagen militärischer Herkunft’ van het Bundesarchiv vind je meer informatie hoe je een informatieverzoek kan indienen. Je dient een ‘Rechercheauftrag’ (zoekopdracht) en een ‘Benutzungsantrag’ (raadpleegverzoek) in te vullen en naar het mailadres van de verantwoordelijke afdeling van het Bundesarchiv te mailen.
- In de ‘Rechercheauftrag’ kan je op de tweede pagina onder ‘Hinweis zu Kosten’ aangeven bij welk bedrag je een terugkoppeling wil ontvangen, indien de zoekopdracht dat bedrag dreigt te overstijgen. In de meeste gevallen kost een zoekopdracht echter nog geen 20 euro, dus je kan best ’30 euro’ invullen. Vaak volgt er dan geen terugkoppeling.
-
Meer weten?
- De Wever, Bruno, 'Militaire collaboratie in België tijdens de Tweede Wereldoorlog', Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden 118 (2003) 36-37. Dit artikel lees je hier.
- Op de website Belgium WWII kan je meer lezen over de Belgische militaire collaboratie met Nazi-Duitsland en de verschillende Duitse diensteenheden waarin Belgen dienden.
Auteur: Indie van Lieshout