Verhalen
"Mijn vader wou ons wél een stem geven"
José Oliveira verhuist in de jaren zestig als kind met zijn gezin naar België, zijn vader achterna. Die vertrok enkele jaren eerder, op zoek naar een beter leven, weg van de Estado Novo van Salazar. Door de jaren heen probeert José de levensloop en gemoedstoestand van zijn vader te ontrafelen; het puzzelwerk stopt nooit. José beseft dat er veel meer is dat hun levens verbindt, dan de band tussen vader en zoon.
In 1966 laat de vader van José Oliveira zijn thuisland Portugal achter zich. Niet uit vrije wil, maar uit noodzaak. Hij vertrekt alleen, gedreven door hoop en door een diep verlangen naar rechtvaardigheid, op zoek naar een beter leven in België — voor zichzelf, maar vooral voor zijn gezin. In 1969 volgen zijn vrouw en 4 kinderen. Vandaag probeert José die geschiedenis te reconstrueren, voor zichzelf en voor de generaties die na hem komen.
“Ik kan alleen zijn wie ik ben, omdat ik weet vanwaar ik kom.”
De reis naar België
Waar in de twintigste eeuw veel Belgen hun geluk gingen zoeken in Amerika, liep het verhaal van José’s familie in de omgekeerde richting. Zijn vader verliet Portugal op een moment dat het land gebukt ging onder een fascistisch regime dat mensen monddood maakte en elke vorm van vrijheid beknotte. “Mijn vader was sterk politiek en sociaal geëngageerd. Hij kon niet leven met de onrechtvaardigheid. Hij wou ons een stem geven.”
Afkomstig uit een familie van zeemannen, begon zijn vader al op veertienjarige leeftijd te werken als visser. Uiteindelijk ontvluchtte hij Portugal aan boord van een Belgisch schip. In België bouwde hij zijn leven verder uit op zee, als matroos op verschillende schepen van de Belgische koopvaardij. Via het Rijksarchief in Antwerpen kon José het leven van zijn vader op zee stukje bij beetje reconstrueren. In zogenaamde monsterrollen — scheepsdocumenten — vond hij sporen van zijn reizen: data van vertrek en aankomst, stille getuigen van een leven op zee. “Het zijn kleine stukjes waarheid die samen een groter verhaal vormen.”
Op een bepaald moment, in 1968, kiest zijn vader ervoor om tijdelijk aan wal te werken, als schilder. Een beslissing die vragen oproept. “Hij verdiende minder dan op zee. Misschien wilde hij de Belgische cultuur beter leren kennen… of was er een andere reden voor deze keuze? Dat zal ik misschien nooit helemaal weten.”
Wanneer José vijf jaar oud is, komt ook hij aan in Antwerpen. Hij groeit op in het Sint-Andrieskwartier, toen ook bekend als de “parochie van miserie” — een in die tijd beruchte wijk met een grote concentratie van armoede en een gemeenschap van havenarbeiders. “Wij waren buitenlanders. Vreemdelingen, exoten, anders dan de andere. Er waren toen veel vooroordelen tegenover Portugezen en Spanjaarden.”
Op zoek naar zijn wortels
Vandaag voelt José een diepe drang om zijn familiegeschiedenis vast te leggen. “Ik wil iets nalaten aan mijn kleinkinderen. Waar liggen hun wortels? En de mijne? Ik wil dat zij weten dat wij hier sporen hebben achtergelaten, in België.”
Over de familie van zijn moeder bestaan al boeken. Haar ouders, vissers en zeevaarders, speelden een belangrijke rol in Portugal. Maar het verhaal van zijn vader in België — het verhaal van opoffering, doorzettingsvermogen en wilskracht — bleef lange tijd onverteld. “Dat verhaal wil ik doorgeven aan mijn kleinkinderen.”
Zijn zoektocht leidt hem langs archieven (oa. Rijksarchief Antwerpen, maritieme politie Portugal), documenten en herinneringen. Het is geen rechte lijn, maar een mozaïek van fragmenten. “Het is een puzzel. Vaak weet ik nog niet in welke volgorde. Maar het ene aanknopingspunt brengt je naar het andere.” Hij beseft dat we allemaal dragers zijn van verhalen. “We zijn menselijke musea, vol ontastbare herinneringen die in onze ziel gegrift staan. En we laten allemaal, vaak onbewust, sporen na.”
Wanneer mondelinge verhalen bevestigd worden door documenten, krijgen ze een tastbare vorm, een bestaansrecht dat die herinneringen bekrachtigt. “Het zijn verhalen die je wil koesteren en doorgeven aan anderen. Als een erfenis van wie je bent.”
Verbinding én verscheuring
Toch is het verhaal van José’s jeugd niet alleen een verhaal van hoop. Het is ook een verhaal van gemis. “Mijn vader was vaak afwezig. Die eenzaamheid heeft mij en ons gezin diep getekend.” Het gevoel dat hem bijblijft, is moeilijk in woorden te vatten, maar vindt zijn uitdrukking in één begrip: saudade — een mengeling van gemis, verlangen, melancholie en weemoed. “Het voelde alsof de fado altijd in ons hart aanwezig was.”
Zijn vader moest telkens opnieuw zijn plaats in het gezin veroveren, na lange periodes op zee. “We moesten zoveel zonder hem doen.”
In die tijd bestond er nauwelijks een sociaal vangnet. Toch waren er mensen die zich ontfermden over de meest kwetsbaren. “Er was een vrouw, een sekswerker, die zich inzette voor Portugese zeemannen. Als zij zag dat ze uitgebuit werden, ging ze naar de Pool der Zeelieden, het 'aanwervingskot' voor zeelieden in de Olijftakstraat in Antwerpen en eiste ze rechtvaardigheid. Bijvoorbeelde als ze zag dat een loon niet overeenkwam met de onbetaalde overuren. Ze sloeg letterlijk met haar vuist op tafel.”
Op zijn zeventiende keert een deel van het gezin met de jongste kinderen terug naar Portugal. De oudere kinderen, waaronder José, blijven in België. “Wij hadden al een band opgebouwd met België. Vandaag draag ik twee culturen in mij. Dat is een rijkdom… maar we zijn niet samen. De haven verbindt, maar ze scheurt ook families uiteen.”
Een cirkel die rond is
José bouwt zijn eigen weg uit. Via een leercontract komt hij in de horeca terecht en behaalt een certificaat als kok. Hij werkt in gerenommeerde restaurants en zelfs voor het Belgische Parlement. Maar het leven neemt een onverwachte wending. Wanneer hij voor een grootkeuken wil werken, heeft hij plots niet het juiste diploma, omdat hij zijn middelbaar niet had afgewerkt.
Wat volgt, is geen einde, maar een nieuw begin.
Op 58jarige leeftijd behaalt hij alsnog zijn diploma secundair onderwijs en besluit hij om zich in te zetten voor de samenleving en maatschappelijk werk te studeren. “Het sociaal engagement heb ik zeker van mijn vader meegekregen.”
Over zijn stageplek hoeft hij niet lang na te denken: het Internationaal Zeemanshuis in Antwerpen. Vandaag werkt hij er als Welfare Port Officer en zet hij zich, samen met een team van 22 vrijwilligers, in voor zeemannen van over de hele wereld. Ze bieden hen wat vaak ontbreekt en wat ook zijn ouders moesten missen: warmte, erkenning en een luisterend oor.
“Ik wou zeemannen bijstaan. Voor vader was de haven van Antwerpen de poort naar vrijheid en welvaart; voor mij is het de uitgangspoort van mijn carrière.”
Begrip en trots
Er was een tijd waarin José boos was. Op zijn ouders. Door de eenzaamheid die hij als kind moest ervaren. “Maar vandaag begrijp ik hen. Ze waren druk bezig met overleven.”
Wat blijft, is respect. En trots. “Ik ben trots op hun moed. Hun verhaal verdient het om verteld te worden. Het is een verhaal van verbinding en verscheuring, van migratie.”
Uiting geven aan gevoelens en herinneringen
Naast het optekenen van zijn familiegeschiedenis zoekt José ook naar andere manieren en vormen om uiting te geven aan wat hij onderweg tegenkwam. Zo schrijft hij ook gedichten over de gevoelens en herinneringen die het hele proces met zich meebrachten. We publiceren hier zijn gedicht 'Bitterzuur/zoet als de zee'. Over de titel en het gevoel dat hij met het gedicht wil uitdrukken zegt hij zelf:
"Ons familieverhaal is soms bitterzuur maar heeft ook zoete tinten.
Het is een hard verhaal op zoek naar waardigheid. Onrecht is ons niet vreemd. Maar er was altijd hoop en verlangen naar een betere toekomst in ons nieuw en vrij vaderland België.
We hebben in België sporen achtergelaten en zetten ons familienaam verder via onze kinderen, neven, nichten...Vrijheid kent zijn tol... de prijs kan je niet bepalen.
We zijn door migratie ook een gescheiden familie.
We hebben in België een stem gekregen die ons destijds in Portugal door het fascistisch regime was ontnomen.
We zijn vrije burgers!
Ik, wij gaan verder en ik zal mijn afkomst nooit vergeten of verloochenen."
-
Gedicht Bitterzuur/zoet als de zee
Bitterzoet als de zee
Wij vertrokken in de nacht,
met hoop als enige bagage,
de voetstappen zacht,
maar de dromen vol verbeeldingskracht.Een vader, een vlucht, een strijd,
om een stem te vinden,
waar zwijgen ooit de wet was,
en angst de dagen verbond.De golven droegen ons weg,
naar een land van kou en kilte,
waar muren van onbegrip rezen,
maar waar vrijheid lonkte in de verte.Onder bruggen geslapen,
achter deuren geweigerd,
woorden geslikt,
blikken verdragen.Toch plantten wij wortels,
tussen steen en schaduw,
tussen harde woorden en zachte hoop,
wij lieten sporen na.Onze naam reist verder,
in de stemmen van onze kinderen,
in de verhalen die wij vertellen,
in de vrijheid die wij verdienen.Portugal blijft in ons bloed,
België in ons heden.
Gescheiden door grenzen,
verbonden door herinnering.Vrijheid kent zijn tol,
de prijs onmeetbaar,
maar wij dragen haar,
met opgeheven hoofd.Want wij vergeten niet.
Wij verloochenen niet.
Wij gaan verder.
José Oliveira
-
Meer weten?
Wil je meer te weten komen over de monsterrollen waarvan sprake in het Rijksarchief te Antwerpen en andere scheepsdocumenten als bron voor familiegeschiedenis? Lees dan dit artikel over de collectie van bronnen van zeelui uit de koopvaardij in de 19e en 20ste eeuw die worden bewaard in het Rijksarchief, afdeling Antwerpen-Beveren.
Auteur: Histories & José Antonio Torrão Oliveira