Verhalen
Moordpoging in Kortrijk: haat en liefde liggen dicht bij elkaar
Dit is het tragische verhaal van Benoit Paret, een jongeman uit Izegem, wiens leven in 1867 een dramatische wending nam. Zijn verhaal werd vastgelegd in rechtbankverslagen en krantenartikelen.
Op woensdagavond 30 januari 1867, rond 18 uur, wordt de 16-jarige Izegemnaar Benoit Paret uit de studiezaal van het Kortrijkse Sint-Amandscollege geroepen. Een familielid zou hem aan de ingang van de school opwachten.
Maar Benoit herkent de man niet. Gehaast duwt de onbekende bezoeker Benoit een pakje in de handen. Daarin: een oud kaartspel. Voor Benoit om uitleg kan vragen, stapt de man in zijn koets en verdwijnt.
Vijf dagen eerder, op vrijdag 25 januari, had dezelfde onbekende ook al een pakje, die keer met een wafel, overhandigd aan Benoit.
Maar terug naar die beruchte woensdagavond. Benoit loopt over de speelplaats terug naar de studiezaal. In een oogwenk ziet hij een donkere gestalte en draait zich om. Net op dat moment treft een kogel zijn linkeroog.
De vermomde dader ontsnapt via de achterzijde van het college, over de velden. De volgende dag vindt men een klein pistool in de tuin. Een onderzoek wordt gestart.
De onbekende bezoeker blijkt twee verschillende rijtuigen gehuurd te hebben bij het bedrijf van Princiers in Kortrijk. Princiers verklaart dat de man daarna telkens met een trein richting Frankrijk is vertrokken.
Schot in de zaak
De doorbraak komt er halfweg februari: Marcellin Vandesteene wordt aangehouden. Herkend door de conciërge als de koetsier.
Voordien was ook de 27-jarige Edmond Notte al aangehouden, een medeleerling van Benoit.
Wat blijkt? De koetsier woont in een van de huizen van de familie Notte. Edmond had hem onder druk gezet om tweemaal een koets te huren en hem naar school te brengen. Als hij dat niet deed, zou hij zijn woning moeten verlaten.
Het motief
Edmond was al vier jaar verliefd op de 17-jarige Julien Hocedez uit Heule. Ze hadden verschillende vakanties samen doorgebracht.
Maar dat jaar was Julien bevriend geraakt met Benoit. En nu wou hij zijn relatie met Edmond beëindigen. Ook de moeder van Julien vond Benoit een betere vriend dan Edmond. Ze had al vaker gezegd dat Edmond niet langer welkom was in hun huis.
Maar Edmond wou Julien niet loslaten. Hij volgde Benoit en Julien op hun uitje in Deerlijk. En ook toen Julien een paar dagen in Izegem doorbracht, bespioneerde hij hen.
De relatie tussen Benoit en Julien zette bij Edmond zo’n kwaad bloed, dat hij meerdere keren tegen vrienden had gezegd dat hij wraak koesterde.
De bronnen
- In de rechtbank
Op 15 mei 1867 komt de zaak voor het Hof van Assisen. De subsituut heeft het over een ‘misdaed [die] haren oorsprong [vond] in eene walgelyke hartstocht, een dier ondeugden die de omkeering, het tegenovergestelde der natuerwetten zyn’.
De jury veroordeelt Edmond tot de doodstraf, later omgezet in levenslang. De medeplichtige koetsier, Marcellin, wordt vrijgesproken.
- In de kranten
De moordpoging wordt vermeld in zowel katholieke als liberale kranten.
Maar als na verloop van tijd duidelijk wordt dat het om een homofiele relatie gaat, verdwijnt het procesverloop uit de katholieke kranten. De liberale kranten zien daarentegen de gelegenheid om het gebeuren in een katholieke school extra in de verf te zetten.
En de wafel?
Die bleek vergiftigd geweest te zijn. Een eerste mislukte moordpoging. De tweede moordpoging ging uiteindelijk niet door. En de derde kost Benoit zijn oog, maar niet zijn leven.
Benoit blijft voor de rest van zijn leven blind aan zijn linkeroog. Hij huwt uiteindelijk en wordt een succesvolle borstelfabrikant in Izegem. Hij sterft op 7 januari 1913.
Auteur: Bart Blomme