Verhalen
Tante Zim en partner Stella Wolff
Er zijn weinig bronnen over vrouwen die van vrouwen houden. Maar met persoonlijke herinneringen en een handvol foto’s kan je verborgen verhalen reconstrueren. Zo vertelt Cille (1949) over haar tante Zim, officieel secretaresse van advocate Stella Wolff in Brussel. En in privé? Haar geliefde.
Tante Zim als familiegeheim
Tante Zim kwam uit een gezin met vier kinderen: tante Coco (Marie), oom Tim, tante Zim (Constance) en de moeder van Cille. De dochters kregen om een onbekende reden bijnamen: Marie werd Coco en Constance werd Zim.
“Met uitzondering van mijn moeder is geen enkel kind van dat gezin getrouwd. Oom Tim was jezuïet in India. Tante Coco, mijn meter, is haar hele leven de secretaresse-maîtresse van een rijke houthandelaar uit Charleroi geweest. En tante Zim was de secretaresse van, en woonde samen met, meester Stella Wolff.”
Stella Wolff (1901-1993): één van de eerste vrouwelijk advocates van België en een centrale figuur in de vrouwenbeweging. Ze pleitte aan de balie van Brussel en werd uiteindelijk stafhoudster. In 1959 werd ze vice-voorzitter van zowel de Internationale Federatie van Universitaire Vrouwen als de Belgische Advocatenfederatie.

“Voor mij was tante Zim toen in zekere zin een alleenstaande vrouw. Maar ik voelde dat zij en Stella een koppel waren, ook al heb ik hen nooit zien kussen. Hun relatie was duidelijk, zowel voor mezelf, als voor mijn broer en zussen.”
Maar in de familie werd dat onderdeel van het leven van tante Zim niet besproken. “Het geheim was belangrijk in mijn familie. Daartoe behoorde ook het leven van mijn tante. Vandaag besef ik hoe weinig ik over haar weet. Achteraf heeft mijn moeder niet veel over haar willen vertellen. Heb ik misschien niet de juiste vragen gesteld?”
Vele jaren later nam Cille alle fotoalbums van de familie opnieuw door. “Ik vind geen enkele foto waarop Stella en tante Zim samen te zien zijn. Eigenlijk verbaast me dat niet, omdat hun relatie werd doodgezwegen. En mijn tante was sowieso comfortabeler achter de lens. Ik heb haar altijd met een fotoapparaat gezien.”
Omdat de relatie van tante Zim en Stella geen gespreksonderwerp was in de familie, had Cille lang geen woord voor wat ze aanvoelde en zag.
“Pas een aantal jaren na het overlijden van mijn tante, toen de godsdienstleraar in het derde middelbaar over lesbiennes heeft gesproken, heeft alles een naam gekregen.”
Brussel en Lasne
Stella en tante Zim woonden samen in Brussel, in een statig appartementsgebouw in de Ernest Allardstraat, in de schaduw van het Justitiepaleis. Daar was ook haar kantoor gevestigd.
In de slaapkamer stond een groot dubbel bed. “‘Dat is van Stella’, zei mijn tante heel duidelijk. ‘Hoezo, waar slaap jij dan?’, vroeg ik als kind. ‘Boven.’”
Het appartementsgebouw had op de zolderverdieping kamertjes voor het dienstpersoneel.
“Ik herkende haar kamer, want tante Zim verzamelde ezeltjes. Maar eigenlijk was dat geen bewoonde kamer. Dat was een gastenkamer met een eenpersoonsbed en een kastje.”
Stella en tante Zim hadden ook een buitenverblijf in het Waals-Brabantse Lasne. Een wit landelijk huis in de Route de Beaumont. “Ik heb veel herinneringen aan die plek. In de grote tuin met rozen, een grasveld, een bosje en vijver, leerde ik fietsen. En daar sliepen Stella en tante Zim duidelijk wel in één kamer.”
Je t’aime
In 1959 logeerde Cille met haar broer en zussen en hun moeder voor een vakantie in Beaumont. Stella was toen met een delegatie van de Fédération des femmes universitaires op reis naar de Sovjet-Unie.
“Op een mooie dag kwamen we terug van een wandeling langs de velden toen bleek dat de postbode was geweest. Er was een telegram voor mijn tante. Toen heb ik haar en mijn moeder echt in paniek gezien.”
“Tante Zim heeft meteen de auto gepakt om naar het postkantoor te rijden. Ze dacht wellicht dat er iets was gebeurd in het verre Rusland.”
Die angst bleek ongegrond. Het telegram kwam van Stella zelf. Met drie eenvoudige woorden: ‘Je t’aime’.
Een andere generatie
“Mijn tante overleed toen ik 11 jaar was, dat bepaalt sterk mijn beelden en herinneringen.”
Tante Zim overleed in 1961 aan kanker. Als vroege vijftiger.
“Mijn moeder heeft haar zus die laatste maanden vaak bezocht in het ziekenhuis. Daarna heeft ze altijd het graf op de Brusselse begraafplaats onderhouden. Dat vond ze belangrijk, want Stella bezocht dat graf. Zie dat Stella kwam en zag dat het niet was gekuist.”
Hoe lang Stella en tante Zim bij elkaar waren? Dat weet Cille niet precies. “Ik weet wel dat ik hen tot aan de dood van mijn tante altijd samen heb geweten. Naar mijn gevoel waren ze toen al heel lang samen. Laat ons zeggen twintig jaar, al kan ik fout zijn.”
Langzaam verwatert het contact tussen de familie van Cille en Stella. “Ze hebben nog een tijdje nieuwjaarswensen uitgewisseld, maar dat is uiteindelijk gestopt. ‘Dat was toch niet meer nodig’, antwoordde mijn moeder toen ik daar eens naar vroeg.”
Uiteindelijk zocht Cille Stella zelf op in 1985. Ze schreven elkaar brieven, waarna Stella Cille uitnodigde voor een bezoek in Brussel.
“Eind jaren zeventig was ik actief geworden in de vrouwenbeweging en zo was ik me bewust geworden van mijn lesbische gevoelens. Ik vertelde haar daarover, en dat ik aan het scheiden was.”
Haar reactie is Cille altijd bijgebleven: “Ze zei me dat ik vooral de naam van mijn man moest houden. Maar dat was ik helemaal niet van plan. Op dat moment besefte ik pas goed dat wij tot andere generaties behoorden.”
Is zwijgen goud waard?
“Dat merkte ik ook bij mijn moeder. Toen mijn ouders met mijn realiteit werden geconfronteerd, zei mijn moeder: ‘Niemand hoeft het te weten’ en ‘Naar huis en op feestjes kom jij alleen’.
De moeder van Cille hanteerde nog lang de regels die ze kende van vroeger: zwijgen. “Toen ik eens per toeval het woord ‘lesbisch’ uitsprak, kreeg ik een aantal dagen later een telefoontje: ‘Je mag dat niet zeggen, want papa kan daar niet tegen.’ Maar het was zeker niet alleen papa. Ze heeft het daar heel lang moeilijk mee gehad.”
Met haar broer en zussen heeft Cille die zwijgcultuur doorbroken: “Ze nodigden altijd mijn vriendin uit. Zo werd het iets normaals in de familie en werden we zichtbaar. Ik heb nooit geheimen gewild. Mijn kinderen, kleinkinderen, buren en vrienden kennen mij zoals ik ben: een vrouw die van vrouwen houdt.”
Auteur: Histories. Gebaseerd op een interview met Cille in "Het ondraaglijke besef," nummer 22 (december 2016). De tekst werd geüpdatet. En Cille en haar zus Anne gingen samen op zoek naar foto’s in hun familiearchief.