Conscriptielijst (militieregister)

Periode

De militaire dienstplicht (of ‘conscriptie’) werd ingevoerd tijdens de Franse overheersing vanaf september 1798 (fructidor van het jaar VI). Onder het Nederlandse en Belgische bewind bleef het systeem mits enkele wijzigingen bestaan, tot de invoering van de persoonlijke (1909) en algemene (1913) dienstplicht. Voor de administratie rond dienstplichtige mannen wordt ook de koepelterm ‘militieregisters’ gebruikt.

Bewaarplaats

De organisatie van de conscriptie speelde zich af op verschillende administratieve niveaus en is regelmatig gewijzigd. De bronnen kunnen zich in het gemeentearchief bevinden, in de archieven van de arrondissementscommissariaten, de Franse departementen of de provincies. Deze laatste drie archiefreeksen zijn neergelegd bij het Rijksarchief.

Raadplegen

De stukken in verband met de conscriptie zijn vrij raadpleegbaar. Voor bijvoorbeeld de provincie West-Vlaanderen zijn ze digitaal raadpleegbaar (1813-1922) via Probat. Ook lokale initiatieven bieden soms reeds documenten m.b.t. militie digitaal aan, zoals het Stadsarchief Aalst

Gegevens

In de conscriptielijsten werden de mannen per geboortejaar genoteerd in ‘klassen’. In de Franse periode ging het om de leeftijdscohorten van 20 tot 24 jaar, vanaf 1817 vervroegd naar 19 jaar.

De conscriptielijsten geven voor elke dienstplichtige een schat aan informatie, die wel kan variëren doorheen de tijd. De registers kunnen volgende gegevens bevatten: geboortedatum en -plaats, woonplaats, beroep, namen en beroepen van ouders, opleidingsniveau, informatie over tijdelijke en definitieve vrijstelling van dienst met bijhorende reden (administratieve vrijstelling, vrijstelling wegens fysieke beperkingen), informatie over de fysionomie (lichaamslengte, vorm van gezicht, voorhoofd, neus, mond, kin, haartooi, wenkbrauwen, kleur van de ogen en andere bijzondere kenmerken).

Let op

  • De conscriptie wordt soms verward met de loting. De conscriptie was een systeem waarin gewoon een lijst werd opgesteld van alle jongeren die op papier in aanmerking kwamen voor de dienst. Pas nadien werd gekeken wie vrijgesteld werd. De loting was een manier – maar niet de enige – om aan te duiden wie effectief in dienst moest.
  • Let op met de gegevens over de lichaamskenmerken van de conscrits. De kwaliteit van de observaties kan sterk uiteen lopen. De keuringen moesten snel gebeuren. Uit onderzoek blijkt dat de administratie bij beperkingen vooral op externe lichamelijke problemen focuste.
  • Er waren in het begin veel mogelijkheden tot fraude, onder andere met doktersattesten, bewust aangebrachte blessures en geveinsde ziektes. In de eerste jaren zocht de overheid naar manieren om dit te beperken, bijvoorbeeld door sociale controle en door een mogelijkheid te voorzien voor de burgerij om zich uit te kopen.
  • Zeker in de eerste jaren verliep het opstellen van de lijsten niet van een leien dakje, omdat de centrale overheid de hulp nodig had van de lokale besturen. Er kunnen dan ook namen ontbreken.
  • Meer weten?

    • Voor een historisch overzicht van het militiesysteem tot aan de Eerste Wereldoorlog, zie: De Vos, Luc. Het effectief van de Belgische Krijgsmacht en de militiewetgeving, 1830-1914. Brussel: Koninklijk Legermuseum, 1985. (Klik hier voor een samenvatting.)

Auteur: Tom De Paepe (Universiteit Gent)

Welk verhaal heeft jouw familie te vertellen?

Ga op zoek naar jouw familiegeschiedenis aan de hand van ons stappenplan
en ontdek de spannende verhalen van jouw voorouders.

Download hier onze toolkit!