Dossiers
4. De jonge holebi-beweging (1950-heden)
De jaren 1960 gooien alles overhoop. Mensen durven seksualiteit openlijker bespreken. De invloed van de kerk neemt af. En de anticonceptiepil biedt ongeziene mogelijkheden. Verschillende emancipatiebewegingen krijgen een duwtje in de rug. In dit hoofdstuk duiken we dieper in de ontstaansgeschiedenis van de holebi-beweging.
Waar zijn de vrouwen?
We zitten middenin de tweede feministische golf. Maar in de toen overwegend mannelijke holebi-beweging komen vrouwenthema’s amper aan bod. Pas in de jaren 1970 ontstaan de eerste autonome initiatieven voor lesbische vrouwen. We hebben er daarom voor gekozen om de geschiedenis van de vrouwenbeweging apart te behandelen: bekijk hoofdstuk 5 over de vrouwenbeweging.
De geboorte van de Belgische holebi-beweging
In de jaren 1950 ontstaan in België de eerste groepen die strijden voor de rechten van homoseksuele mannen en vrouwen. Geïnspireerd door de progressieve wind uit Nederland en Frankrijk voeren jongeren in grote steden als Antwerpen, Leuven en Gent opvallende dansacties in heterodancings.
Hun slogan is: “Integratie door confrontatie”. Deze wordt overgenomen van de Nederlandse Studentenwerkgroepen (FSWH).
De pioniers: kleinschalige initiatieven (1960-1970)
Laten we even inzoomen op een van die groepen: De Gentse Studenten Werkgroep Homofilie. Deze wordt opgericht in 1969. Het is een van de meest actieve groepen uit die tijd. Ze organiseren dansavonden, maar ook debatten en gespreksavonden.
De Rooie Hond
Interne perikelen leiden uiteindelijk tot de afscheiding van een radicalere groep: de Rooie Hond die wordt opgericht begin jaren 1970. In hun woorden omschrijven ze zichzelf als: “militant, radicaal en politiek geëngageerd”. Dirk Cantillon, een homoseksuele man die in de jaren 1960 elektroshocktherapie onderging in de psychiatrie, staat mee aan de wieg van deze organisatie.
De Rooie Hond eist het recht op een eigen identiteit.
Op 24 maart 1973, tijdens een nationale abortusbetoging, lopen de leden van de Rooie Hond mee.
Dat is wellicht de eerste keer dat homo’s en lesbiennes in dit land zichtbaar als homo’s en lesbiennes op straat komen. Een dertigtal holebi’s scharen zich achter een spandoek om hun steun te betuigen.
Die eerste initiatieven zijn kleinschalig en weinig gestructureerd. Ze blijven niet lang bestaan. De Rooie Hond is geen uitzondering.
De Rooie Vlinder: een stevigere basis
Hun opvolger wordt opgericht in 1976. De Rooie Vlinder is een ‘socialistische actiegroep voor de bevrijding van homoseksualiteit’. Ze heeft kernen in Gent en Antwerpen.
Deze groep organiseert grote manifestaties waar de eigen homo- en lesbische eisen en cultuur voorop staan. Ze zetten ook een filmfestival op en vragen aandacht voor de homogeschiedenis.
Hun nalatenschap? De Rode Vlinderkrant. En de (internationale) homodagen, waarvan de eerste editie op 18 maart 1978 maar liefst 2.200 aanwezigen trekt.
Jongeren in de hoofdrol
De holebi-beweging is altijd sterk gedragen door jongere mensen, twintigers tot veertigers. Maar specifieke thema’s die voor jongeren belangrijk zijn, komen pas later op de agenda.
Twee uitzonderingen:
- Het onderwijs: informatiestrekking op scholen is een belangrijke wens vanaf de beginjaren.
- De strijd tegen artikel 372bis: de leeftijdsgrens voor homoseksuele contacten ligt op dat moment op 18 jaar, terwijl die voor heteroseksuele contacten op 16 jaar ligt.
In het onderwijs moet seksualiteit vrij en zonder angst voorgesteld worden. Rolpatronen moeten afgebouwd worden en heteroseksualiteit, huwelijk en gezin niet meer als enig wenselijke levensvorm voorgesteld worden.
Deze quote komt uit het eisenplatform van de lesbienne- en homodag in 1981.
Coming-outgroepen (1980-1990)
De jaren 1980 verlopen moeizaam. Sommige jongeren haken af door de aidscrisis, anderen door het gebrek aan middelen en vrijheid binnen de verschillende groepen van de holebi-beweging. Ook interne spanningen spelen een rol.
Vanaf 1986 ontstaan nieuwe initiatieven:
- Flik Flak in Antwerpen en Mol
- Verkeerd Geparkeerd in Gent
- Pink Youth in Brugge
- Het Goede Spoor in Leuven
Dit vormt de eerste lichting van een nieuw type jongerenorganisaties: voor én door jongeren tot 25 jaar. Eenmaal de 25 voorbij kan je je dus niet meer aansluiten bij die enthousiaste jongeren.
Ze werken vaak met onthaalbrieven, die nieuwkomers verwelkomen en hen informeren over de werking van de groep en de beschikbare steun. Lees over het eerste contact van J. met Verkeerd Geparkeerd in een persoonlijke brief die hij naar zijn ouders stuurde.
De jongerengroepen dynamiseren al snel de beweging in het algemeen. Ze organiseren ontspanningsactiviteiten, zoals weekenden en zomerkampen. Ook ouders van holebi’s worden betrokken bij die activiteiten.
Daarnaast hebben deze jongerengroepen ook een praktische focus op thema's zoals voorlichting. Ze zijn een belangrijke spil voor aidspreventie (lees meer over de geschiedenis van hiv en aids in hoofdstuk 7).
Bundeling van krachten: Wel Jong Niet Hetero
Samenwerking tussen die jongerengroepen leidt tot de organisatie van gezamenlijke activiteiten: een eerste trefdag in Blankenberge, een kaderweekend in Eeklo, een zomerkamp in Schaffen.
Dat samenwerkingsverband krijgt uiteindelijk de naam Wel Jong Niet Hetero (WJNH), een verwijzing naar de campagneslogan ‘Wel jong, niet gek’ voor een veiliger verkeer.
Vanaf 2003 wordt WJNH erkend als landelijk jeugdwerk.
Grotere zichtbaarheid (1990-2000)
Ook media beginnen holebithema’s serieuzer te behandelen. In het radioprogramma De Lieve Lust, over relaties en seksualiteit, komen queer jongeren als vanzelfsprekendheid aan bod.
Ook televisie brengt holebithema’s en -personages tot in de huiskamer.
“Er bestaat eigenlijk helemaal geen probleem meer.”
De wetenschappelijke cijfers over het zelfdodingsrisico bij holebi-jongeren doen zulke verzuchtingen van politici verstommen.
Kort erna volgden meerdere overheidscampagnes over de thuissituatie en de strijd tegen vooroordelen. Zoals de campagne "Hoe je ook bent geaard, thuis word je aanvaard" van Vlaams Minister voor Gelijke Kansen, Brigitte Grouwels.
Recente ontwikkelingen (2000-heden)
Het belang van de coming-outgroepen is door de jaren heen afgenomen. Ondertussen bestaan er wel meerdere studentenclubs, zoals Acantha in Gent, die verder bouwen op hun nalatenschap.
En nog een belangrijke ontwikkeling: een grotere aandacht voor transpersonen (lees hoofdstuk 6 over medische zorg van trans(gender)personen).
Tot begin deze eeuw was er quasi geen aandacht voor de transthematiek, maar daarna kwam dat in een stroomversnelling. Mede door de oprichting van eigen verenigingen, inclusief de organisatie van zomerkampen voor transjongeren.
-
Meer weten?
- Hellinck, Bart. "Over integratie en confrontatie. Ontwikkelingen in de homo- en lesbiennebeweging." Journal of Belgian history 18, 2007, p. 109-30.
- Stefens, Anke. “1969 Gentse Studentenwerkgroep Homofilie.” UGentMemorie. Laatst gewijzigd 9 november 2016.
Auteur: Histories. Gebaseerd op de tentoonstelling Jong en queer sinds de sixties, een samenwerking tussen het Fonds Suzan Daniel en Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis.