Dossiers
6. Een medische geschiedenis van trans(gender)zorg (1920-1980)
Voor sommige historici gaat transgeschiedenis terug tot de oudheid: transidentiteiten en -praktijken zouden even oud zijn als de menselijke geschiedenis. Anderen plaatsen het begin in het midden van de 19e of in de vroege 20e eeuw. Toen ontstonden termen als ‘travestie’ en ‘transseksualiteit’ en vonden de eerste genderbevestigende ingrepen plaats. Dit hoofdstuk focust op die medische benadering: hoe trans een intrede deed in de medische wereld tussen 1920 en 1980. Dat is slechts één perspectief op het rijke transverleden.
In dit hoofdstuk:
- Vroege medische ingrepen: Duitsland en het Institut für Sexualwissenschaft
- Media en medicalisering: hoe de wereld trans leerde kennen
- Internationale hubs voor trans zorg: Denemarken, Nederland en Marokko
- De Zaak Wijnen: de eerste operatie in België
- Dr. Michel Seghers: pionier in transzorg
- De jaren 1980: standaardisering en organisatie
- Bronnen
In deze tekst komen historische termen aan bod: transsexualismus, transseksualiteit, sex-change operatie, travestieten of genderidentiteitsstoornis. Die tijd- en geografisch specifieke terminologie moet begrepen worden in de context van historisch onderzoek. Ze zijn telkens tussen aanhalingstekens geplaatst.
-
Vandaag gebruiken we liever de term ‘trans personen’. In de aanloop naar het nieuwe millennium deed de term ‘transgender’ zijn intrede als een inclusieve, overkoepelende term. Later kreeg de schrijfwijze met een spatie de voorkeur: trans personen.
-
Als het gaat over ongemak ervaren door trans personen, spreekt men vandaag over genderdysforie, een gevoel van onvrede (=dysforie) met het geboortegeslacht.
Dat zijn echter anachronismen: hedendaagse termen die niet zomaar gebruikt kunnen worden om over de vroege periode van trans geschiedenis te spreken.
Vroege medische ingrepen: Duitsland en het Institut für Sexualwissenschaft
De eerste geslachtsbevestigende operaties vonden plaats in Duitsland in de vroege 20e eeuw. In 1931 voert de joods-Duitse seksuoloog Magnus Hirschfeld (1868-1935) de eerste gedocumenteerde man-naar-vrouw-operatie uit op Dora Richter. Dat gebeurde in het Institut für Sexualwissenschaft, opgericht in 1919.
Meer dan tien jaar bestudeert Hirschfeld daar onder meer “Transsexualismus”. In 1933 komt daar abrupt een einde aan: de Nazi’s vernietigen het Institut für Sexualwissenschaft en zijn archieven bij hun eerste boekverbrandingen.
Een grote historische bron over de eerste medische ingrepen voor trans en gender non-conforme personen gaat verloren.
Media en medicalisering: hoe de wereld trans leerde kennen
In de jaren 1950 haalt de transitie van Christine Jorgensen (1926-1989) wereldwijd de krantenkoppen: “Ex-GI Becomes Blonde Beauty”. Deze Amerikaanse ex-militair en trans vrouw ondergaat in Denemarken een geslachtsbevestigende operatie door dr. Christian Hamburger (1904-1992).
In interviews benadrukken Christine en dokter Hamburger dat een geslachtsbevestigende behandeling in de vorm van een operatie effectief is. Volgens hen zijn er geen alternatieven, zoals een psychiatrische behandeling. Dat gaat in tegen de heersende gedachte dat ‘transseksualiteit’ een psychische stoornis is, te genezen met psychotherapie.
Door de grote media-aandacht voor de transitie van Christine maakt het grote publiek kennis met het transthema. Op dat moment vooral gekend onder de term ‘transseksualiteit’.
Ook binnen de medische wereld groeit de kennis over genderdysforie en genderbevestigende behandelingen. Dat heeft twee belangrijke gevolgen:
- De medicalisering van genderdysforie
- Effectievere hulpverlening op termijn
Veel historici beschouwen het verhaal van Christine Jorgensen en de grote media-aandacht als een sleutelmoment in transgeschiedenis.
Internationale hubs voor trans zorg: Denemarken, Nederland en Marokko
Reizen speelt een grote rol in de medische transgeschiedenis. In de naoorlogse periode zijn er in de Noord-Atlantische wereld drie plaatsen waar trans personen terecht kunnen voor medische zorg.
Denemarken
De eerste populaire bestemming is Denemarken. Maar kort nadat het verhaal van Jorgensen de wereld rondgaat, beslist de Deense overheid om de grenzen te sluiten. Ze ontvangt te veel aanvragen van trans personen.
Nederland
Vanaf het midden van de jaren 1950 wordt Amsterdam een toevluchtsoord voor (vooral Amerikaanse) trans vrouwen. Historicus Alex Bakker beschrijft hoe Nederland gedurende anderhalf jaar een van de weinige plaatsen was waar trans personen terecht konden voor genderbevestigende operaties. Maar in 1955 stopt de route naar Nederland door een gebrek aan steun van medische autoriteiten.
Marokko
De volgende populaire bestemming wordt Casablanca. In de Marokkaanse stad opereert de Franse gyneacoloog Dr. Georges Burou (1910-1987) tot wel duizenden trans patiënten.
Ook in België keren sommige progressieve artsen stilaan de rug naar de psychologisering van trans en krijgt de medicalisering voor het eerst vaste voet aan de grond. Op 24 oktober 1967 wordt Jean Marie / Peggy Wijnen, een trans vrouw geopereerd. Historici zijn het eens dat dit de eerste (gekende) Belgische man-naar-vrouw operatie was. Kort daarna zou Peggy overlijden.
Justitie krijgt via een anonieme tip lucht van de operatie. Het Openbaar Ministerie vervolgt de artsen, die de op dat moment nog illegale operatie uitvoerden, voor ‘opzettelijke slagen en verwondingen met de dood tot gevolg’. Dat leidt tot de beruchte Zaak Wijnen.
Ook media springen op de zaak. Kranten beschrijven hoe Peggy zich liet opereren in een Brussels ziekenhuis (Ukkel), maar kort na de ingreep overleed. Sommige journalisten schrijven haar dood toe aan een longembolie, een rechtstreeks gevolg van de chirurgische ingreep.
In 1969 worden de beschuldigde artsen vrijgesproken, een sleutelmoment in de Belgische transgeschiedenis. Sinds dat vonnis staat het Belgische recht een chirurgische ingreep bij trans personen officieel toe. De Zaak Wijnen leidt dus tot een wettelijk kader dat medische ingrepen voor trans personen in België mogelijk maakt.
Toch blijft het zorgaanbod nog lang beperkt. Veel artsen zijn nog steeds bang om vervolgd te worden of staan door morele en religieuze opvattingen weigerachtig tegenover de operaties. Vele trans personen uit België trekken daarom ook na het vonnis nog naar Casablanca of andere oorden voor hun operatie.
Dr. Michel Seghers: pionier in transzorg
In 1967 voert Michel J. Seghers (1932-2014) voor het eerst geslachtsbevestigende operaties uit. Hij is een van de weinig Belgische chirurgen die deze zorg aanbiedt in die periode.
Tot aan zijn pensioen in 2001 blijft Seghers een belangrijke naam in de transzorg, in België en daarbuiten. De Amerikaanse trans vrouw die als eerste de oceaan oversteekt op zoek naar zorg bij de Brussels chirurg, doopt deze route tot The Brussels Connection.
De jaren 1980: standaardisering en organisatie
Tien jaar na de Zaak Wijnen werken medische experts aan een internationaal kader voor transzorg. Dat leidt tot de oprichting van de Harry Benjamin International Gender Dysphoria Association (HBIGDA). Ze is vernoemd naar de Duits-Amerikaanse endocrinoloog Harry Benjamin (1885-1986) die onder meer met zijn boek The Transsexual Phenomenon de basis legde voor de verdere medicalisering van transzorg.
De organisatie, nu gekend onder het acroniem WPATH (World Pofessional Association for Transgender Health) brengt tot vandaag professionals samen vanuit de hele wereld. Hun richtlijnen worden gepubliceerd onder de naam Standards of Care.
Een genderteam in België
Ook in België ontstaat in de jaren 1980 een eerste genderteam. Inspiratie komt uit Nederland, waar endocrinoloog Dr. Louis Gooren (1943-2023) en zijn team met The Dutch approach de krijtlijnen voor transzorg uitzetten. Over de jaren heen groeit België, met vooral het genderteam van het Universitair Ziekenhuis Gent, uit tot een internationale voortrekker in transzorg.
Een transgemeenschap in België
Ook trans personen beginnen zich in de jaren 1980 te organiseren. Zo ontpoppen De Genderstichting en Franjepoot zich als de eerste transorganisaties. De Belgische Genderstichting spiegelt zich aan Nederland, waar De Nederlandse Genderstichting al een belangrijke rol vervult voor trans personen.
Franjepoot begint als een zelfhulpgroep voor ‘travestieten’, maar evolueert naar een groep voor genderdysforie. In de jaren die volgen ontstaan meer en meer groepen die naast medische ook niet-medische belangen van trans personen behartigen.
Bronnen
Omdat er weinig bewaard is over transgeschiedenis en er in België geen specifiek transarchief bestaat, vraagt het onderzoek naar bronnen soms om een creatieve aanpak. Zoals eerder in deze bijdrage vermeld, veranderen termen door de tijd heen. Het is daarom belangrijk om je zoektermen te verbreden en verschillende benamingen te verkennen.
Een goed startpunt voor onderzoek naar Belgische queer- en transgeschiedenis: het Fonds Suzan Daniel, een archief- en documentatiecentrum voor holebi- en transgeschiedenis. Het verzamelt materiaal over de geschiedenis van gender- en seksuele diversiteit. Hoewel het geen specifiek transarchief is, bevat het wel waardevolle documenten, zoals over De Genderstichting.
Veel bestaande archiefstukken over queer en trans personen zijn afkomstig uit rechtbanken, (psychiatrische) instellingen en medische dossiers. Dat zorgt vaak voor een eenzijdig perspectief.
Om dat beeld te verbreden, kunnen andere bronnen worden geraadpleegd. Autobiografieën bieden bijvoorbeeld een waardevolle inkijk in hoe trans personen zichzelf zagen of hoe ze graag gezien wilden worden.
Daarnaast is mondelinge geschiedenis een krachtige methode om lacunes in archieven aan te vullen. Door interviews af te nemen met trans personen die in het verleden op zoek gingen naar zorg, kunnen vergeten verhalen worden vastgelegd en krijgt de stem van trans personen zelf een centrale plaats in het onderzoek.
-
Meer weten?
- Borghs, Paul. Holibipioniers een geschiedenis van de holibi- en transgenderbeweging in Vlaanderen (Antwerpen: ’t Verschil, 2015).
- Dupont, Wannes, Jonas Roelens, and Elwin Hofman, eds. Verzwegen verlangen: een geschiedenis van homoseksualiteit in België. Vrijdag Uitgevers, 2017.
- Lamberts, Esther. "Grensverleggende zorg: Ervaringen van Vlaamse transgender personen met medische zorg, 1950 tot heden" (KU Leuven, Onuitgegeven meesterproef, Master in de cultuurgeschiedenis, 2022).
- Lamberts, Esther. "A Transatlantic Trans History: 'The Brussels Connection'" (UGent, Onuitgegeven masterproef, Master in Gender en Diversiteit, 2024).
- Motmans, Joz. De transgenderbeweging in Vlaanderen en Brussel in kaart gebracht: organisatiekenmerken, netwerken en strijdpunten (Antwerpen: Universiteit Antwerpen, Steunpunt Gelijkenkansenbeleid, 2006).
- Motmans, Joz. Leven als transgender in België: De sociale en juridische situatie van transgender personen in kaart gebracht (Brussel: Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, 2009).
- Stryker, Susan. Transgender History (Berkeley: Seal Press, 2008).
- Vennix, Paul. Travestie in Nederland en Vlaanderen (Delft: Eburon Uitgeverij, 1997).
- Vervaet, Karen. “De eerste stappen in de georganiseerde transgender-hulpverlening in België. De 'Belgische Genderstichting' (1984-2007)” (UGent, Onuitgegeven masterproef, Master in Gender en Diversiteit, 2018).
Auteur: Esther Lamberts (KU Leuven)
Biografie van de auteur
Esther Lamberts is verbonden aan de Onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750 (KU Leuven) als FWO-fellow. Het onderzoek van Esther focust op transgeschiedenis onder de titel "Transnational Trans Histories: Networks of Healthcare Provision in a New Perspective (VS, Canada, België; 1960-2000)” (vert. “Transnationale trans geschiedenis: netwerken in een nieuw perspectief”).