1. Vluchtelingen in Frankrijk

Auteur: Maite De Beukeleer

Overzicht: 

Op de vlucht
Gastvrij onthaal
Het leven gaat verder
Terugkeer

Na de inval van het Duitse leger op 4 augustus 1914, vluchtten tienduizenden Belgen richting Frankrijk. Zij kwamen voornamelijk in Normandië en Parijs terecht. Ze werden er warm onthaald door hulpcomités en de Franse overheid. De gevluchte Belgen kwamen voornamelijk in de landbouw en oorlogsindustrie terecht en bleven, in tegenstelling tot in andere landen, meestal tot het einde van de oorlog.

Op de vlucht

Meteen na het uitbreken van de oorlog trokken tienduizenden Belgen richting Frankrijk. Velen onder hen kwamen in de havenstad Calais terecht, die het grote aantal vluchtelingen niet kon opvangen. Ongeveer 50.000 van deze vluchtelingen werden daarom in 1914 per schip naar La Rochelle gebracht en werden vandaaruit naar verschillende departementen in Zuid- en Zuid-West-Frankrijk gebracht. Op deze manier verloren vele gezinsleden elkaar uit het oog. Vluchtelingen die niet via La Rochelle passeerden, vertrokken meestal naar het noorden, westen en centrum van Frankrijk.

Duizenden vluchtelingen waren ook achtergebleven in de Westhoek, het laatste onbezette hoekje van België. In 1915 werden zij door de Belgische overheid verplicht naar Frankrijk gestuurd. Ongeveer 14.000 onder hen gaven gehoor aan die oproep, maar vele duizenden bleven aan de grens. 80 % van de kinderen die tijdens de oorlog in het grensdorp Roesbrugge geboren werden, waren vluchtelingenkinderen.
Onder de vluchtelingen waren ook de zogenaamde Enfants de l’Yser: kinderen die in de gevarenzone bij het front woonden en door het Belgian Front Relief Fund naar het buitenland gebracht werden. In 1914 was dit het neutrale Zwitserland, en vanaf mei 1915 ook Frankrijk. Tijdens de oorlog leefden ongeveer 6000 Belgische kinderen in schoolkolonies rond Parijs en Rouen.

In tegenstelling tot andere landen, bleef het aantal Belgische vluchtelingen in Frankrijk toenemen. In de zomer van 1915 ging het om 205.000 vluchtelingen; vlak voor de Wapenstilstand ging het om 325.000.

Vluchtelingen in Frankrijk
Belgische vluchtelingen in Noord-Frankrijk, 1914.

Gastvrij onthaal

In het begin van de oorlog werden de Belgische vluchtelingen heel hartelijk onthaald, want ze werden gezien als slachtoffers van Duitse wreedheden. Dit gebeurde voornamelijk lokaal door het Rode Kruis en door parochies, maar ook door hulpcomités die vanaf augustus 1914 opgericht werden. Het grootste hulpcomité was L’Oeuvre du Cirque de Paris. Dit had na vier maanden oorlog al 30.000 vluchtelingen geholpen en is voornamelijk bekend omdat het een inlichtingendienst oprichtte om gezinnen te herenigen. Vele departements- en gemeenteraden beslisten in diezelfde periode om de vluchtelingen een steunbedrag toe te kennen. Vanaf december 1914 zou de Franse overheid dit zelf doen. De vluchtelingen, die vaak bij gezinnen ondergebracht waren, konden deze dus vergoeden voor hun verblijf. De financiële steun van de overheid zou doorheen de hele oorlog blijven bestaan. Daarnaast stelde ook de Franse overheid vanaf 1915 lijsten op van vluchtelingen en de plaatsen waar ze heengingen.

De integratie verliep niet altijd even gemakkelijk. Door de financiële steun werden Belgische vluchtelingen vaak gezien als profiteurs. Daarnaast bleven vele Belgen vasthouden aan producten zoals boter en koffie, terwijl de Fransen deze als luxeproducten beschouwden. De Fransen meenden dat de Belgen, door nog steeds koffie en boter te gebruiken, bijdroegen aan de inflatie. Toch waren er in Frankrijk minder problemen dan in andere landen. In het Noorden van Frankrijk werkte men bijvoorbeeld al langer met Vlaamse seizoenarbeiders, waardoor de Belgische vluchtelingen er gemakkelijker geaccepteerd werden.

Het leven gaat verder

Ongeveer 40.000 Belgen kwamen in de Franse landbouw terecht. Anderen gingen in de oorlogsindustrie werken. Bijna 700 Belgen vonden een plaats bij de Usines Renault in Billancourt bij Parijs. Zij kregen een hoog salaris en stuurden vaak een deel daarvan naar familie in bezet België.

Onder de vluchtelingen waren ook veel kinderen, die nood hadden aan onderwijs. Sinds 19 mei 1914 was er leerplicht voor alle kinderen tussen zes en 12 jaar, maar naar school gaan was niet vanzelfsprekend tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het Belgian Front Relief Fund bracht kinderen die in de gevarenzone bij het front woonden in veiligheid in het buitenland. Eerst werden ze naar het neutrale Zwitserland gestuurd, maar vanaf mei 1915 ook naar Frankrijk. De ongeveer 6.000 Belgische kinderen leefden in 50 schoolkolonies rond Parijs en Rouen. Zij worden de Enfants de l’Yser genoemd.

Om de scholen op te richten, waren voldoende middelen nodig. Verlaten kloosters en kastelen werden daarvoor aangewend. De Amerikaanse schrijfster Edith Wharton speelde hier een belangrijke rol. Zij reisde tijdens de oorlog langs de frontlinie en schreef artikels over wat ze zag. Aangegrepen door de leefomstandigheden van de kinderen, richtte ze in april 1915 het Children of Flanders Rescue Committee op. Ze organiseerde allerlei hulpacties en vond via haar artikels steun bij Franse en Amerikaanse lezers.

De Belgen probeerden ook in Frankrijk de draad weer op te nemen. Om zich zo veel mogelijk thuis te voelen, richtten ze zang-, toneel- en sportverenigingen op en openden ze Belgische winkels. Ze gaven eigen kranten en tijdschriften uit, zoals Le XXème Siècle en het vluchtelingenblad Ons Vlaanderen, die zich concentreerden op nieuws van het thuisfront en onder de vluchtelingen.

Terugkeer

De Franse bevolking was tijdens de oorlog afgenomen. Frankrijk had dus minder haast om de Belgen meteen terug te sturen dan andere landen. Vlak voor de Wapenstilstand telde de Belgische overheid 325.000 Belgen in Frankrijk. Tegen 1921 was dit aantal opgelopen tot 349.000. De vruchtbare landbouwgronden en goede afzetmarkt maakten dat veel Belgen bleven. Wie terugkeerde, vond vaak een vernield huis terug en werd als lafaard gezien door Belgen die wel doorheen de hele oorlog in België gebleven waren.

  • Meer weten?

    Nuttige websites en literatuur:

    • Amara, Michaël. “L’exil des Belges en France durant la Première Guerre mondiale.” Septentrion 43, nr. 1 (2014): 5-9.
    • Hoflack, Daniël. “Zonnebeekse vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog in Angers.” > Gastbijdrage op de website Wereldoorlog I in de Westhoek.
    • Nivet, Philippe. “Les réfugiés de guerre dans la société française (1914-1946).” Histoire, économie & société 23, nr. 2 (2004): 247-259. (Klik hier voor de online versie.)
    • Popelier, Jean-Pierre. Le premier exode: La Grande guerre des réfugiés belges en France. Paris: Vendémiaire, 2014.

     

    Waardevolle bronnen:

    • Departementale archieven > De Franse Archives Nationales bezitten geen informatie over de Belgische vluchtelingen. Alle documenten zitten verspreid over de departementale archieven. Het merendeel van de Belgen kwam in het departement Seine-Maritime terecht. Frankrijk telt echter nog 101 andere departementen: een lijst van deze archieven vind je hier terug.
    • État faisant connaître la résidence actuelle des personnes évacuées… > Belgische gezinnen die vluchtten, verloren elkaar vaak uit het oog. Om de gezinshereniging te bevorderen, publiceerde de Franse overheid lijsten met de namen van vluchtelingen, waar ze vandaan kwamen en waarheen ze gevlucht zijn. Het gaat niet enkel om Belgische vluchtelingen, ook Fransen worden vermeld. Via Gallica kan je de volledige lijst online raadplegen.
    • Archieven van de Belgische consulaten in Frankrijk > De archieven van Belgische consulaten in Calais, Cherbourg, Dunkerque (Duinkerke), Menton en Moulins tijdens WOI bevinden zich in het Algemeen Rijksarchief. Het fonds bevat voornamelijk documenten van en over Belgische vluchtelingen, zoals aanvragen van paspoorten, vragen over gevluchte familieleden en oplijstingen van vluchtelingen in een bepaalde regio. Klik hier voor de online inventaris.
    • Archief van de Belgische schoolkolonies in Frankrijk en Zwitserland > In het Algemeen Rijksarchief bevinden zich archiefstukken van het Ministerie van Binnenlandse Zaken die betrekking hebben op de schoolkolonies. Je vindt onder deze archiefstukken ook lijsten van kinderen en personeelsleden. Klik hier voor de online inventaris. Een (niet-exhaustieve) namenlijst van de zogenaamde Enfants de l’Yser vind je op Exilium, een website van de vereniging Lady-Kant.

Welk verhaal heeft jouw familie te vertellen?

Ga op zoek naar jouw familiegeschiedenis aan de hand van ons stappenplan
en ontdek de spannende verhalen van jouw voorouders.

Download hier onze toolkit!