Dossiers
Het reilen en zeilen in een leprozerie – de Kortrijkse Magdalenaleprozerie
Rijke lepralijders konden zich laten opnemen in een godshuis of leprozerie. De leprozerie vroeg intredegeld van de leprozen en ze moesten een deel van hun inboedel afstaan om hun leven in de leprozerie te betalen. Daarom was verblijven in een leprozerie vooral voorbehouden voor gegoede burgers.
Vooral vanaf de 11de eeuw ontstonden er leprozerieën in onze omstreken. En vanaf de 12de eeuw was er bijna in elke stad een leprozerie. Aanvankelijk was een leprozerie verbonden aan een klooster of kerkelijke instelling, maar geleidelijk namen stedelijke autoriteiten het bestuur over.
De indeling van een leprozerie
Hoewel de exacte indeling van een leprozerie verschilde van locatie tot locatie, hadden alle leprozerieën een aantal gemeenschappelijke elementen:
- De leprozerie was omringd door een hoge muur of diepe gracht.
- In het midden vond je een binnentuin waar groenten of fruit konden gekweekt worden.
- Rondom lagen vaak ook landerijen die eigendom waren van de leprozerie en waarop aan landbouw en veeteelt werd gedaan.
- Binnen de muur vond je ook een bakkerij, een brouwerij en een keuken.
- Elke leprozerie had een eigen kapel en kerkhof, om religieuze bijstand te verschaffen aan de leprozen.
- Een leprozerie had afgescheiden dienstgebouwen, waar de personen die de leprozen behandelden verbleven, meestal religieuze broeders en zusters.
Daaruit halen we twee belangrijke punten: een leprozerie kon volledig zelfvoorzienend zijn en in het algemeen leek een leprozerie dus sterk op een afgesloten kloostergemeenschap. Het is dan ook niet verwonderlijk dat als lepra langzaam verdwijnt in onze contreien, veel leprozerieën blijven voortbestaan als kloosters.
Er waren twee soorten accommodatie van de leprozen: gemeenschappelijke verblijven en individuele huisjes. Vooral in de oudere leprozerieën woonden alle leprozen samen in een gasthuis met een gemeenschappelijke slaap- en eetzaal. In de latere middeleeuwen, toen het aantal leprozen afnam, hadden de leprozen vaak een eigen huisje en tuintje rond de gemeenschappelijke binnentuin.
Zelfs op het hoogtepunt van lepra was de gemeenschap leprozen relatief klein: er leefden gemiddeld 5 tot 10 mensen per leprozerie met een maximum van ongeveer 22 voor de grootste instellingen zoals in Gent.
De twee verschillende types leprozerieën, beide voorzien van een grote omwalling met toegangspoort en kapel.
Links: De Kortrijkse Magdalenaleprozerie, waar de leprozen een slaapzaal en eetzaal deelden (aan de linkerkant van de afbeelding). Foto: Rijksarchief.
Rechts: De Brugse Magdalenaleprozerie, waar elke leproos een eigen huisje met tuintje had (zie bovenaan). Foto: Stadsarchief Brugge, Stadsplan van Brugge door Marcus Gerards, steendruk, 1881.
Een leprozerie: hospitaal avant la lettre?
Een leprozerie wordt ook wel eens een leprozenhospitaal genoemd. Maar een leprozerie functioneerde niet zoals een ziekenhuis vandaag! Er zijn enkele belangrijke verschillen:
- Het verblijf in de leprozerie was voor het leven, want de leproos mocht nooit meer terugkeren naar de samenleving.
- Een leprozerie had als eerste doel de gezonde mensen te beschermen door de leprozen af te zonderen. De leproos verzorgen was vaak secundair.
- De leprozerie was eerder een verzorgingstehuis waar de leprozen voor de rest van hun leven verbleven. Want lepra was ongeneeslijk in de middeleeuwen: alleen de symptomen konden behandeld worden.
- Een leproos moest zich aan een heleboel strenge regels houden, bijvoorbeeld als die de leprozerie wilde verlaten.
Bovendien werd een leprozerie niet gesticht of gesponsord door de plaatselijke overheid. Vaak werden leprozerieën opgericht door gegoede burgers in samenwerking met een religieuze instelling. De leprozerie functioneerde daarna vooral door de inkomsten van de bedelende leprozen, en door donaties en erfenissen. In de middeleeuwen konden gegoede burgers ervoor zorgen dat ze door goede werken hun plekje hemel zouden verdienen, door een schenking te doen aan een liefdadigheidsinstelling.
De regels van een leprozerie of akkerziekenkolonie in de statuten
Van veel leprozerieën zijn de statuten bewaard gebleven. Daarin werden de verschillende regels voor leprozen opgeschreven, zoals bijvoorbeeld wanneer ze de leprozerie mochten verlaten en welke attributen ze daarbij moesten gebruiken, met ook aandacht voor de straffen die leprozen kregen als ze de regels zouden overtreden. Hieronder vind je enkele voorbeelden van zulke regels:
- In Rumst vinden we een goed voorbeeld van wat een leproos aan intredegeld moest betalen. Om binnen te mogen in de leprozerie moet de leproos “eenen gouden rijder, een tonne biers ende een pont wasch” (“een gouden munt, een ton bier en één pond was”) aan de leprozerie geven.
- De statuten van de Hoge Ziekenleprozerie in Ieper geven de kledingvoorschriften voor leprozen weer: “Ne gheen zieck wijf moet draeghen zijden caproenen, maer zij moetse draeghen van wullen laeckene, niet huterlick ghemaeckt, noch uuterlick ghevoert” (“Vrouwelijke leprozen mogen geen kaproenen van zijde dragen maar wel van wollen stof, dat niet mooi gemaakt is langs de buitenkant noch met pels gevoerd is”).
- In de statuten van de akkerzieken te Ieper schrijft men voor dat leprozen geen vee mochten bezitten of verkopen. De reden? Akkerzieken mochten niet meer werken, enkel bedelen om in hun levensonderhoud te voorzien. “Item negheen ziecke ne moet houden coen, noch zwijnen, no scaepen, noch hoenderen zonder te siere oorboire: ende dat hemlieden ijet overschote ende sij dat vercochten ofte deden vercoopen, os dicke als de grave bevonde, dat waere up de boete van XX s.p. ende tgoet verbuert (“De zieke mag geen koeien, varkens, schapen of hoenderen houden behalve voor eigen nut. Indien hij overschot heeft en dit verkoopt of doet verkopen en de graaf komt het te weten, dan wordt hij geboet met 20 schellingen parisis en worden de goederen verbeurd”).
- De statuten van de leprozerie in Sint-Truiden beschrijven het volgende over de dood van een leproos: “Ende als sy comen te sterven, aldaer begraven worden, ende t’ghene sy achterlaeten blijven ten profijt des voorschreven huys” (“En bij overlijden zullen zij aldaar begraven worden en hetgeen zij nalaten zal ten voordele van het hogervermelde huis (de leprozerie) blijven”).
Casus: de Magdalenaleprozerie en -kapel in Kortrijk
In de middeleeuwen bevond zich in Kortrijk de Magdalenaleprozerie. De eerste vermelding van de leprozerie dateert van 1233. Bij de leprozerie was ook een kapel gewijd aan de heilige Magdalena, een van de patroonheiligen van leprozen. De eerste kapel werd vermoedelijk gebouwd in de 13de eeuw en gesloopt in 1579. In 1606 werd een nieuwe, grotere kapel gebouwd op dezelfde locatie. Die kapel bleef in gebruik door de eeuwen heen, ook nadat de leprozerie gesloten werd doordat lepra langzaam verdween uit onze contreien in de 17de eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in de nacht van 20 op 21 juli 1944, werd de kapel helaas gebombardeerd.
De Magdalenakapel vandaag
De fundamenten en muur die vandaag nog zichtbaar zijn, zijn de enige zichtbare overblijfselen van de 17de-eeuwse Magdalenakapel. Bij opgravingen rond de kapel werden ook sporen aangetroffen van de eerdere, 13de-eeuwse kapel. Bij de uitbreiding van de Howest-campus in het huidige Magdalenapark, genoemd naar de leprozerie, werd de kapel bedreigd met verwoesting maar onder andere door protest van buurtbewoners werd de kapel gered van de sloop. Het verlengde van de straat waaraan het Magdalenapark ligt, heet nog altijd de Magdalenastraat.
-
Referenties
- Behets, Paul. “Nemt dit clackerken … Lepra in de omgeving van Vilvoorde en Mechelen.” Eigen Schoon & De Brabander 104, nr. 1 (2021): 51-66.
- Boshart, Maurits. De ziekte van Lazarus. Lepra in de middeleeuwen. Soesterberg: Aspekt, 2017.
- Bot, Bart en Pijpelink, April. Archeologische opgraving Kortrijk Graaf Karel De Goedelaan (prov. West-Vlaanderen): Basisrapport. Agentschap Onroerend Erfgoed, 2018. (Klik hier voor de pdf-versie.)
- Inventaris Onroerend Erfgoed. “Magdalenakapel.” https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/59937
- Maréchal, Griet. “Lepra-onderzoek in Vlaanderen (XIVe-XVIe eeuw).” Annales de la Société Belge d’Histoire des Hôpitaux 14 (1976): 27-66.
- Persoons, Ernest, De Keyzer, Walter en Van der Eycken, Michel. Lepra in de Nederlanden (12de – 18de eeuw). Brussel: Algemeen Rijksarchief, 1989.
- Vanhemelryck, Fernand. Marginalen in de geschiedenis. Leuven: Davidsfonds, 2004.
- Vanhoutte, Sofie, Tomas Bradt, Tomas en Vandenbulck, Jenny. “Beziect ende besmet metten lazers Lepra en leprozerieën in het middeleeuwse graafschap Vlaanderen: nieuwe onderzoeksperspectieven door opgravingen in Ieper.” Tijd-Schrift 11, nr. 1 (2021): 6-23.
- Viaene, Antoon. Leprozen en leprozerijen in het oude graafschap Vlaanderen. Brugge: Gidsenbond, 1962. (Klik hier voor de online versie.)
Ontdek via de kaart de andere locaties en hoofdstukken over lepra in Vlaanderen!
Het project en DNA als informatiebron – opgravingen in Ieper
Het project en DNA als informatiebron – opgravingen in Ieper
Dit hoofdstuk vertelt meer over hoe het project 'Besiect ende besmet - Luid geratel' tot stand is gekomen. Na opgravingen in Sint-Jan, Ieper, werden overblijfselen van een middeleeuwse leprozerie blootgelegd. Een onderzoeksproject zal het DNA van de gevonden skeletten bestuderen om meer te weten te komen over lepra in Vlaanderen tijdens de middeleeuwen.
Ontdek het volledige hoofdstuk hier: Het project en DNA als informatiebron – opgravingen in Ieper.
De ‘schouw’ in een leprozerie – op visitatie in de Magdalenaleprozerie van Brugge
De ‘schouw’ in een leprozerie – op visitatie in de Magdalenaleprozerie van Brugge
Bij een vermoeden van lepra moest je een medisch onderzoek ondergaan in de hoofdleprozerie van het gebied waarin je woonde. Op basis van uiterlijke kenmerken, zoals verminkte ledenmaten, werd de diagnose van lepra al dan niet toegekend. Kom meer te weten over hoe het onderzoek in zijn werk ging en wat de Magdalenaleprozerie van Brugge hier mee te maken heeft.
Ontdekt het volledige hoofdstuk hier: De ‘schouw’ in een leprozerie – op visitatie in de Magdalenaleprozerie van Brugge.
Het reilen en zeilen in een leprozerie – de Kortrijkse Magdalenaleprozerie
Het reilen en zeilen in een leprozerie – de Kortrijkse Magdalenaleprozerie
Het leven in een leprozerie spreekt tot de verbeelding. Hoe een leprozerie er precies uitzag kan door oude kaarten en overgebleven erfgoed gereconstrueerd worden, bijvoorbeeld voor de Magdalenaleprozerie en -kapel in Kortrijk. Ook de statuten van een leprozerie geven meer inkijk over welke regels een leproos mocht volgen.
Ontdek het volledige hoofdstuk hier: Het reilen en zeilen in een leprozerie – de Kortrijkse Magdalenaleprozerie.
Akkerzieken – Museum Mayer van den Bergh en de link met Bruegel
Akkerzieken – Museum Mayer van den Bergh en de link met Bruegel
Wanneer je als minder gegoede burger lepra kreeg, was het leven in een leprozerie vaak te duur. Gewone dorpelingen leefden daarom als akkerzieke op het platteland, buiten de stad. Zij leefden er in hutjes en verwierven als leproos het recht om te bedelen. Hoe dat er precies uitzag, wordt verhelderd in een schilderij van Bruegel in het Museum Mayer van den Bergh.
Ontdek het volledige hoofdstuk hier: Akkerzieken – Museum Mayer van den Bergh en de link met Bruegel.
Afzondering en quarantaine – het Gentse Rijke Gasthuis
Afzondering en quarantaine – het Gentse Rijke Gasthuis
Na een diagnose van lepra veranderde het leven van een leproos volledig. De quarantaine- en afzonderingsmaatregelen waren drastisch én men moest zich fysiek uit de stad terugtrekken in een akkerziekenkolonie of een leprozerie. De ‘Rijke Gasthuis’-leprozerie van Gent bevond zich daarom ook aan de andere kant van de Leie.
Ontdekt het volledige hoofdstuk hier: Afzondering en quarantaine – het Gentse Rijke Gasthuis.
De geschiedenis van lepra – De Antwerpse ‘Terzieken’-leprozerie
De geschiedenis van lepra – De Antwerpse ‘Terzieken’-leprozerie
De ‘Terzieken’-leprozerie schetst een context van enkele eeuwen lepra in de stad Antwerpen. Lepra is een eeuwenoude, wereldwijde ziekte. In de 16de en 17de eeuw verdwijnt ze door niet al te duidelijke factoren uit onze regio.
Ontdekt het volledige hoofdstuk hier: De geschiedenis van lepra – De Antwerpse ‘Terzieken’-leprozerie.
Patroonheiligen en lepra in onze taal – de Lazaruskapel in Rumst
Patroonheiligen en lepra in onze taal – de Lazaruskapel in Rumst
Het valt op dat veel leprozerieën of kapellen voor leprozen een link naar Magdalena of Lazarus bevatten, onder andere de Lazaruskapel in Rumst. Ook onze taal kent enkele invloeden van lepra, bijvoorbeeld ‘klaploper’ of ‘belazeren’. Wat de wortels van deze verwijzingen zijn en wat ze precies betekenen, wordt duidelijk gemaakt in dit hoofdstuk.
Ontdek hier het volledige hoofdstuk: Patroonheiligen en lepra in onze taal – de Lazaruskapel in Rumst.
Dood voor de wereld, levend voor God – de parochiekerk van Zoutleeuw
Dood voor de wereld, levend voor God – de parochiekerk van Zoutleeuw
Na de diagnose moest een leproos afscheid nemen van de samenleving. Als afscheidsritueel werd soms een heuse begrafenismis gedaan, waarbij de leproos vanaf dan “dood voor de wereld, maar leven voor God” zou zijn en enkele leefregels te horen kreeg. In Zoutleeuw bevinden zich nog enkele sporen van de leprozerie die er ooit stond.
Ontdek het volledige hoofdstuk hier: Dood voor de wereld, levend voor God – de parochiekerk van Zoutleeuw.
De attributen en kledij van een leproos – het Gasthuismuseum in Geel
De attributen en kledij van een leproos – het Gasthuismuseum in Geel
Een leproos kreeg enkele attributen die die te allen tijde bij zich moest dragen, zoals een klepper of ratel. Ook aan de kledij kon je afleiden dat iemand besmet was, bijvoorbeeld door een specifieke hoed of mantel. Het Gasthuismuseum in Geel geeft hier meer context aan.
Ontdek het volledige hoofdstuk hier: De attributen en kledij van een leproos – het Gasthuismuseum in Geel.
Leprozenoptocht en bijgeloof – het Bruegelmuseum te Peer
Leprozenoptocht en bijgeloof – het Bruegelmuseum te Peer
Op sommige dagen mochten de leprozen naar de stad, bijvoorbeeld om om aalmoezen te vragen. Vermomd tussen de volkse figuren op een schilderij, schildert Bruegel ook zo’n leprozenoptocht. Dit hoofdstuk vertelt ook meer over het bestaande bijgeloof rond lepra, een ziekte met enorm veel mythevorming.
Ontdek het volledige hoofdstuk hier: Leprozenoptocht en bijgeloof – het Bruegelmuseum te Peer.
Leprozen op het galgenveld – Het Galgenbergbosje te Sint-Andries, Brugge
Leprozen op het galgenveld – Het Galgenbergbosje te Sint-Andries, Brugge
Leprozen kregen in sommige steden de bijzondere positie om de galg te bewaken. Ze dienden als afschrikmiddel zodat de gehangen misdadigers niet gestolen werden. In Sint-Andries bij Brugge was het galgenveld gelegen naast een akkerziekenkolonie.
Ontdek het volledige hoofdstuk hier: Leprozen op het galgenveld – het Galgenbergbosje te Sint-Andries, Brugge.
De behandeling van lepra vroeger en nu – Dr. Hemerijckx uit Ninove
De behandeling van lepra vroeger en nu – Dr. Hemerijckx uit Ninove
De behandeling van lepra ziet er vandaag volledig anders uit dan in de middeleeuwen. Een pionier om de behandeling te veranderen was Frans Hemerijckx, een Belgische dokter uit Ninove. Tijdens de jaren 1930 en 1940 rolt hij het ‘klinieken onder de bomen’-principe uit in onder andere Congo en India.
Ontdek het volledige hoofdstuk hier: De behandeling van lepra vroeger en nu – Dr. Hemerijckx uit Ninove.
De opoffering van Zuster Lambertine – klooster in Gijzegem
De opoffering van Zuster Lambertine – klooster in Gijzegem
In Gijzegem bij Aalst staat tot op vandaag het klooster van de zusters van Sint-Vincentius a Paulo. In 1896 vertrok daar een groepje zusters naar São Paulo in Brazilië. Een van hen was Zuster Lambertine, die zich levenslang inzette voor de zorg voor kinderen met lepra. Dit hoofdstuk schetst het vaak vergeten maar bewonderenswaardige verhaal van Zuster Lambertine.
Ontdek het volledige hoofdstuk hier: De opoffering van Zuster Lambertine – klooster in Gijzegem.
Het mysterie en sociaal stigma rond lepra – een eerbetoon aan Pater Damiaan in het Damiaanmuseum in Tremelo
Het mysterie en sociaal stigma rond lepra – een eerbetoon aan Pater Damiaan in het Damiaanmuseum in Tremelo
Lepra kent een enorm sociaal stigma en mysterie. Dit hoofdstuk probeert daar duidelijkheid in te scheppen: hoe wordt de ziekte doorgegeven? Waarom ontwikkelen sommige mensen de ziekte en andere niet? Op Molokai kreeg Pater Damiaan ook te maken met het sociale stigma rond lepra, al probeerde hij dat wel te doorbreken.
Ontdek het volledige hoofdstuk hier: Het mysterie en sociaal stigma rond lepra – een eerbetoon aan Pater Damiaan in het Damiaanmuseum in Tremelo.
Pater Damiaan op Molokai en lepra in de rest van de wereld – de Sint-Antoniuskapel in Leuven
Pater Damiaan op Molokai en lepra in de rest van de wereld – de Sint-Antoniuskapel in Leuven
Hoewel lepra in België in de 17de eeuw verdween, trokken vele missionarissen in de eeuwen erna naar het buitenland om er leprozen te verzorgen. Het leven van Pater Damiaan op Molokai kan ons veel leren over de situatie in middeleeuwse leprozerieën. In de Sint-Antoniuskapel in Leuven worden zijn resten bewaard.
Ontdek het volledige hoofdstuk hier: Pater Damiaan op Molokai en lepra in de rest van de wereld – de Sint-Antoniuskapel in Leuven.
Herbestemming en continuïteit van leprozerieën – Terbank in Heverlee
Herbestemming en continuïteit van leprozerieën – Terbank in Heverlee
Nadat lepra in onze contreien verdween, transformeerden de leprozerieën in Vlaanderen zich op verschillende manieren. Sommigen worden afgebroken, maar anderen overleven als zorginstellingen of kloosters. Terbank in Leuven is hier een sprekend voorbeeld van.
Ontdek het volledige hoofdstuk hier: Herbestemming en continuïteit van leprozerieën – Terbank in Heverlee.
Leprozerie Siekeren – Sint-Truiden
Leprozerie Siekeren – Sint-Truiden
Op deze plaats stond ooit de leprozerie van Sint-Truiden. Haar aanwezigheid heeft geen materiële sporen achtergelaten, maar is wel nog merkbaar in de straatnaam 'Ziekerenweg' en het feit dat zich hier vandaag nog altijd een zorginstelling bevindt. De leprozerie was gelegen aan de Maria-Magdalenakerk. Ze wordt voor het eerst vermeld in 1191 en tot de tweede helft van de 17de eeuw zouden er leprozen gewoond hebben.
Sint-Elisabethkapel – Meerhout
Sint-Elisabethkapel – Meerhout
Deze kapel in Meerhout zou volgens de volksoverlevering ontstaan zijn als kapel van een leprozerie, waar leprozen konden bidden. Net zoals aangehaald wordt in het hoofdstuk over patroonheiligen, is de kapel gewijd aan de heilige Elisabeth. Na het verdwijnen van lepra in Vlaanderen groeide de kapel uit tot een bedevaartsoord tegen de pest.
Afbeelding: de Sint-Elisabethkapel in Meerhout. Bron: Pascal Van Acker ter beschikking gesteld door Agentschap Onroerend Erfgoed.
Dambruggestraat - Antwerpen
Dambruggestraat - Antwerpen
Op deze locatie bevond zich in de middeleeuwen de tweede leprozerie van Antwerpen, naast Terzieken in het zuiden van de stad. Deze leprozerie werd Dambrugge genoemd. De leprozenkolonie bestond uit aparte huisjes voor de leprozen rond een centrale kapel en was gewijd aan Sint-Job. Vandaag is er, buiten de straatnaam, geen erfgoed van de leprozerie bewaard gebleven.
Zieklien en Maalte, een gehucht in Gent
Zieklien en Maalte, een gehucht in Gent
Aan de rand van Gent tussen Sint-Pieters-Aaigem en Sint-Pieters-Aalst, bevindt zich het gehucht Maalte. In enkele plaatsnamen zoals Maaltebruggestraat, Maaltekouter en Maaltebruggepark leeft deze benaming nog voort. Maalte is afgeleid van ‘maleta’ en betekent iets dat ‘ziek’ is, naar het Franse ‘malade’. De link met melaatsheid is dus niet ver weg. Naar verluidt zou Maalte een besmettingshaard van melaatsheid geweest zijn.
In dit gehucht verwijst de straatnaam Zieklien vermoedelijk naar een groep akkerzieken die hier op het platteland buiten de stad woonden. De straatnaam is daarbij een verbastering van 'Zieke Lieden', een term die vaak naar mensen met lepra verwees in de middeleeuwen. Lees meer over het gehucht in dit artikel van Suzanne Janssens.
Sint-Antoniusleprozerie – Tongeren
Sint-Antoniusleprozerie – Tongeren
Op deze plaats bevond zich sinds de twaalfde eeuw de Sint-Antoniusleprozerie, waar rijkere inwoners van Tongeren met lepra afgescheiden leefden van de samenleving. De leprozerie werd, met uitzondering van de kapel, afgebroken in de achttiende eeuw. De kapel werd helaas gebombardeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog en verwoest. Bij opgravingen rond het station van Tongeren werden wel overblijfselen van de kapel aangetroffen onder de parking. De kapel maakte destijds deel uit van een geheel met een klooster en leprozenhuisjes rond een binnenkoer.
Leprozerie Terzieken in de Willem Lepelstraat - Antwerpen
Leprozerie Terzieken in de Willem Lepelstraat - Antwerpen
In 1662 verhuisde de Antwerpse Terziekenleprozerie, die tot dan buiten de stadsmuren gelegen was (in het huidige Harmoniepark), naar deze locatie in de Willem Lepelstraat. Lepra was dan al aan het verdwijnen uit onze contreien en de leprozerie op deze nieuwe locatie diende dus vooral als klooster voor de zusters. Ter hoogte van nr. 34 is nog een muur van de kapel van dit klooster te zien.
Sint-Niklaaskerk – Hemiksem
Sint-Martinuskerk – Edelare (Oudenaarde)
Sint-Martinuskerk – Edelare (Oudenaarde)
Het gehucht Edelare bevindt zich buiten de zogenoemde Bergpoort van de stad Oudenaarde, in de wijk ‘Ballien’ of ‘Ter Baillen’. De lazarij werd eind 12de eeuw gesticht en bleef bestaan tot begin 17de eeuw. In de buurt van de Sint-Martinuskerk, die deels stamt uit de elfde eeuw, bevond zich in de middeleeuwen de stedelijke leprozerie van Oudenaarde, waar meer gegoede burgers met lepra afgescheiden van de samenleving leefden. In de bronnen over deze leprozerie wordt vermeld dat de pastoor van de parochiekerk van Edelare het afscheidsritueel, waarbij de leproos uit de samenleving verstoten werd, uitvoerde. Wanneer een leproos kwam te overlijden, werd hij of zij begraven op het kerkhof bij de Sint-Martinuskerk in Edelare. Vanaf 1580 gaat het slecht met de leprozerie. Het complex brandt af en tot 1617 kan gesteld worden dat er geen leprozen meer aanwezig waren in de leprozerie van Oudenaarde. Door het gebrek aan inkomsten verdwijnt de lazarij bijna.
In de stad Oudenaarde is verder ook een straat ‘Lazerije’. Het verband met de stedelijke leprozerie in Edelare is niet duidelijk, maar mogelijk is deze straatnaam wel een overblijfsel van lepra in de stad.
Kaart: Algemeen Rijksarchief Brussel, Familie d’Arenberg, Kaarten en plannen, 2574. Bewerking kaart: Gabriël Redant in het Land van Aalst, Jaargang LXXI, 2019, Nummer 1.
Lazarijstraat – Diest
Lazarijstraat – Diest
In dit gebied was waarschijnlijk de leprozerie van Diest gelegen, waar rijkere leprozen afgescheiden van de samenleving leefden. De Lazarijberg en Lazarijstraat zijn nog overgebleven sporen van de ondertussen verdwenen leprozerie. Omdat leprozerieën vaak gewijd waren aan de heilige Lazarus, werden ze ook wel lazarijen genoemd. De leprozerie van Dienst bestond al vóór 1281 en was gelegen op de Lazarijberg, ver buiten het stadscentrum, en was volledig ommuurd. Er was onder andere een kapel, een leprozenhuis, een kerkhof, een stal en enkele kleinere lazarijhuisjes voor leprozen.
Ziekeliedenstraat – Mechelen
Ziekeliedenstraat – Mechelen
Op deze plaats bevond zich tussen de twaalfde en zeventiende eeuw de Ziekeliedenleprozerie, waar meer gegoede Mechelaars met lepra afgescheiden van de samenleving leefden. Rond 1190 werd de instelling opgericht buiten de stad, aan de Overste of Brusselse Poort. Aan het einde van de 16de eeuw verhuisde het klooster naar deze plaats binnen de oude stad. De naam van de leprozerie is bewaard gebleven in de straatnaam Ziekeliedenstraat.
Afbeelding: Ziekeliedenleprozerie te Mechelen. Opschrift 'De Siekelieden buyten Mechelen op eene schildery van de XVI eeuw nageteekend (in linkerbovenhoek). Bron: Regionale beeldbank Mechelen.
Kapel van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Steen – Tienen
Kapel van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Steen – Tienen
In Tienen waren er twee leprozerieën: de leprozerie van Danebroeck voor vrouwen, en de leprozerie voor mannen die tegen de kapel van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Steen stond (ook bekend als de kapel van Sint-Maurus of Sint-Moor in Grimde, Tienen). Deze bevond zich buiten de stadsmuren én aan een drukke baan, namelijk de oude Romeinse heirbaan ‘Via Belgica’. De kapel is nog steeds te bezoeken en dient bovendien als bedevaartsoord. De kapel werd gebouwd rond 1331. De leprozerie die aan de kapel gebouwd was, werd ook aangeduid als ‘Sieckerlieden'. Zoals je kan zien op de foto, was de kapel via een brugje verbonden met een kluizenaarswoning.
Afbeelding: Kapel van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Steen te Tienen. Bron: Kris Vandevorst.
Lazarijstraat – Dendermonde
Lazarijstraat – Dendermonde
De stedelijke leprozerie van Dendermonde bevond zich buiten de stad langs de kant van de Brusselse poort. De eerste vermelding is in een schenking van rente in 1268 en enkele jaren later wordt naar de leprozerie verwezen als ‘domus leprosorum iuxta Tenremondam’. Tot de 17de eeuw zou de leprozerie in Dendermonde in gebruik zijn geweest. Vandaag blijft enkel de straatnaam Lazarijstraat nog over als herinnering aan lepra in de stad.
Ziekelingenstraat – Leuven
Ziekelingenstraat – Leuven
De Ziekelingenstraat en de buurt Ziekelingen in Korbeek-Lo danken hun naam aan de ‘Capelle der Sieckelide’ die er ooit stond. De kapel werd ook de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Groeninghe genoemd, naar een pachthof dat in de buurt lag. De zieken die in het ziekenliedenhuis verbleven waren vooral leprozen, maar ook patiënten van andere ziekten. De kapel zou er zeker van het einde van de 13de eeuw tot begin 1700 gestaan hebben, met enkele vernielingen tussendoor. De kapel stond waar de Ziekelingenstraat uitkomt op de Oudebaan. Dat ontdekte men eind 1953, toen de skeletten van een groep volwassen mensen bovengehaald werden tijdens de bouw van een nieuwe woning. Meer info over de Leuvense buurt vind je in de publicatie ‘Straathistories Ziekelingenstraat en Omgeving’ .
Sint-Janskapel – Herentals
Sint-Janskapel – Herentals
In Herentals stond lang de Sint-Janskapel, maar door verwaarlozing staat de kapel er vandaag niet meer. In de buurt van de kapel bevond zich een kolonie van akkerzieken waar leprozen mogelijks in hutten leefden. De kapel van de leprozerie was gewijd aan Sint-Jan, vandaar dat de kapel ook wel Sint-Jans Godshuis of Sint-Jan-ter-Lazarijen genoemd werd. Dichtbij waar de Sint-Janskapel zou gestaan hebben, bevindt zich vandaag de Sint-Jan de Doperkerk.
Afbeelding: bedevaartvaantje van Sint-Jan in Herentals. Onderaan het opschrift "Verblijt v alle met Herentals, in uwen noot, om d'oprichten der Cappelle van Sint Ian, Ter lazarijen, want dien Propheet seer groot, En Christi voorlooper, Godt niet weygeren can". Bron: Musea Brugge.